artikel

Een verzoek doen: communiceren met het NVC-model van Rosenberg

Taal en communiceren

Doe je een verzoek, dan hoop je dat de ander ja zegt en je verzoek honoreert. Maar soms krijg je nee te horen. Dat kan liggen aan de vraag maar ook aan de manier waarop je de vraag stelt. Het NVC-model van Rosenberg geeft je een manier om een boodschap anders te brengen. De boodschap breng je via 4 stappen.

Een verzoek doen: communiceren met het NVC-model van Rosenberg

Model Rosenberg: 4 stappen

Je vertaalt een situatie in waarnemingen. Die waarnemingen verbind je met gevoelens. De gevoelens verbindt je met (onvervulde) behoeftes. Tenslotte spreek je je verzoek uit: je vertelt hoe je iets in de situatie wilt veranderen. Dat verzoek leidt tot een nieuwe situatie.

Over het algemeen zijn gevoelens en behoeften de gebieden die een ander het beste kan horen. De meeste strijd ontstaat over de waarnemingen (die soms geen waarnemingen zijn, maar oordelen, interpretaties en andere gedachten) en over een verzoek (dat soms geen verzoek is maar een eis).

Concentreer je op gevoelens en behoeften, dan heb je de meeste kans dat de ander je begrijpt én bereid is om iets voor je te doen. Behoeften komen namelijk het dichtste bij de kern van wat je wilt vertellen.

Standaardformulering NVC-model

Het NVC-model geeft een nieuwe manier van vragen aan anderen vooral in gevallen dat er meer nodig is dan één simpele vraag, bijvoorbeeld als je opslag wilt, als je wilt dat je collega haar bureau opruimt of als je iets wilt van de ander maar niet zeker bent of je het krijgt.

  1. Toen… [waarneming]
  2. voelde ik… [gevoel]
  3. omdat ik behoefte heb aan… [behoefte]
  4. Ik zou graag… [verzoek].

Bijvoorbeeld:

  1. Toen ik merkte dat de akte nog niet was aangekomen
  2. voelde ik onrust
  3. omdat ik behoefte heb aan zekerheid.
  4. Ik zou graag willen dat je me vertelt wat je gaat doen om te zorgen dat de akte vandaag nog bij ons is.

Deze zinnen klinken wellicht nog wat onnatuurlijk maar het is een eerste stap om te leren hoe je anderen iets kunt vragen. Je kunt ook zeggen: ‘Ik merkte net dat de akte nog niet is aangekomen en voelde me erg onrustig. Ik wil graag zekerheid hebben dat de akte er vandaag nog is zodat ik het project succesvol kan afronden en verder kan met de volgende stap. Kun je mij vertellen wanneer de akte komt?’

Stap 1 Waarneming

Een waarneming is simpelweg dat wat je kunt horen en zien. Je kunt niet zien dat een ander boos is. Je kunt wél zien dat iemand een bepaalde gezichtsuitdrukking heeft en je kunt horen dat iemand luider spreekt dan gewoonlijk. Voorbeelden zijn:

Oordeel/interpretatie: ‘Het is hier een rotzooi.’
Waarneming: ‘Er liggen verschillende stapels papier op je bureau.’

Oordeel/interpretatie: ‘Jij liep boos de deur uit.’
Waarneming: ‘Toen de deur dichtging hoorde ik een harde knal.’

Oordeel/interpretatie: ‘Je was niet blij.’
Waarneming: ‘Je zei: “Ik wil graag een andere oplossing.”‘

Oordeel/interpretatie: ‘Het is slecht gedaan.’
Waarneming: ‘Er zitten vlekken op meerdere pagina’s.’

Veel waarnemingen en gevoelens zijn gedachten. Op basis van twee waarnemingen (boze gezichtsuitdrukking en hardere stem) krijgen veel mensen de gedachte dat een ander boos is.

Als je toch een oordeel wil opnemen in je waarneming, zet er dan ‘ik vind’ voor. Dit is een ik-boodschap.

Sta niet te lang stil bij de meest correcte omschrijving van een situatie want dat is niet de kern van je boodschap. De kern is dat die situatie gevoelens bij je oproept doordat bepaalde gevoelens niet vervuld zijn. Als je beide de situatie herkent is dat voldoende.

Stap 2 Gevoelens benoemen

Er zijn 3 redenen om gevoelens te benoemen: gevoelens willen gehoord worden, gevoelens geven de ander duidelijkheid en door gevoelens te uiten zien anderen een ‘echt’ mens en ontstaat contact. Als iemand iets voor je wil doen, is dat meestal omdat de ander zich met je verbonden voelt. Dat hoeft geen diepe vriendschap te zijn, het kan ook kort duren. Het betekent in elk geval dat de ander je begrijpt.

Gevoelens uiten kan dus een meerwaarde hebben als je iets wilt bereiken bij een ander. Maar er kan ook veel bij misgaan waardoor je het omgekeerde bereikt…

Let op:
– het verschil tussen gevoelens en gedachten
– jij kent jouw gevoel en ik ken mijn gevoel
– een gevoel is geen oordeel

Gedachte (non-gevoel): Ik voel dat het niet goed gaat.
Vertaling: Mijn intuïtie zegt dat het niet goed gaat.

Gedachte (non-gevoel): Ik voel dat je boos bent.
Vertaling: Als je zo kijkt, denk ik dat je boos bent.

Gedachte (non-gevoel): Ik voel me genegeerd.
Vertaling: Ik wil graag gezien worden. (omdraaimethode)

Stap 3 Behoeften verwoorden

In stap 3 van het NVC-model vertel je welke behoeften je verbindt met je gevoel. Waar het vaak misgaat is dat de ander jouw behoefte ziet als strategie (middel om behoefte te vervullen), of dat de ander jouw behoefte een andere betekenis geeft.

Behoefte wordt gezien als strategie

Bijvoorbeeld als je zegt ‘Ik wil graag nu helderheid’ of ‘Ik wil graag helderheid van jou’. In het eerste geval koppel je je behoefte aan een tijdstip. In het tweede geval koppel je je behoefte aan een persoon. De ander kan dat ervaren als strategie. Als je merkt dat daardoor weerstand ontstaat, is het raadzaam weer te kijken wat je behoefte is. Dat is: helderheid. Een neutrale formulering is dan: ‘Ik heb behoefte aan helderheid.’

Behoefte krijgt andere betekenis

Het kan ook zijn dat de ander een woord een andere betekenis geeft dan jij bedoelt. Woorden als respect, empathie, authenticiteit, kwaliteit en autonomie hebben soms een lading en verschillende betekenissen. Soms is het nodig dat je ook omschrijft wat je bedoelt als je zo’n woord gebruikt. Belangrijk is dat je beseft dat die verschillen er zijn, dat je regelmatig controleert of je hetzelfde bedoelt als de ander en dat je bereid bent je woord los te laten en samen met de ander een gezamenlijk woord zoekt.

Stap 4 Een verzoek doen

In de eerste drie stappen heb je verteld wat er bij je speelt: wat je hebt waargenomen, welk gevoel dat bij je oproept en welke behoefte je hebt. In de vierde stap probeer je iets aan je situatie te veranderen door de ander te vragen iets te doen.

Er zijn drie soorten verzoeken

  • helderheid: ‘Kun je me vertellen wat je gehoord hebt?’
  • verbinding: ‘Kun je me vertellen wat je denkt en voelt, nu je mij gehoord hebt?’
  • handeling: ‘Ben je bereid om… [concrete actie]?’

Helderheid

Herhalen kan helder maken of je boodschap is overgekomen zoals je bedoeld hebt. Er kan nogal wat misgaan doordat de ander iets ander hoort dan jij bedoelt. Bijvoorbeeld doordat iemand je letterlijk niet hoorde, of een andere betekenis aan een woord geeft. Of dat de ander zo overtuigd is van zijn eigen verhaal dat hij geen ruimte heeft voor een andere ‘versie’.

Verbinding

Het verbindingsverzoek heeft als doel om te weten te komen wat er bij de ander speelt. Als je net gezegd hebt dat je iets niet prettig vindt, wil je waarschijnlijk weten wat de ander denkt en voelt. Zeker bij conflicten is dat belangrijk. Iemand kan pas naar een oplossing kijken als hij volledig gehoord is.

Handeling

Als helder is wat er aan de hand is en beide partijen hebben voldoende hun gedachten en gevoelens kunnen uiten, kun je kijken naar een concrete actie.

Aandachtspunten verzoeken

Bij het formuleren van verzoeken zijn er twee belangrijke aandachtspunten:

  • een verzoek is geen eis
  • wees concreet anders weet je niet wat je krijgt

Verzoek is geen eis

De eerste reactie van mensen op een eis is vaak: weigeren. Een verzoek impliceert dat iemand ook nee kan zeggen. De vraag bij een verzoek is altijd: kun je het accepteren als de ander niet doet wat je vraagt?

Maak het verzoek concreet

Het belangrijkste is dat het verzoek concreet is, dus: wie doet wat wanneer en waar?

Bron: ‘Wat willen ze nou eigenlijk?’ (en wat wil ik?) | Drs. Hugo A. Roele

Reageer op dit artikel