nieuws

Een echte Italiaan(se) kan nooit een licht gevoel van shock onderdrukken als hij of zij hoort hoe in Nederlandse kantoren zelfs een baas die 25 jaar ouder dan de andere medewerkers is, met zijn roepnaam wordt aangesproken.

In Italië tutoyeren collega’s die geen vrienden zijn elkaar buiten het werk meestal wel, maar gebruiken ze de familienaam als aanspreekvorm. En met de baas gebruik je de Lei-vorm. Zelfs als je al jaren met iemand samenwerkt, ga je in Italië toch niet verder dan een respectvol doch liefkozend ‘signora Giannetta’.

ITALIAANS IS VRIJ FORMEEL

Zelfs als je al jaren met iemand samenwerkt, blijf je in Italië iemand ‘meneer’ of ‘mevrouw noemen.
Waar je nog meer aan kunt zien hoe formeel het Italiaans is, is het gebruik van onpersoonlijke vormen. Voor buitenstaanders, klanten en relaties worden de medewerkers in een bedrijf vaak met hun titel aangeduid: ‘il/la collega’, ‘la direttrice’, ‘il responsabile’, minder vaak ‘la signora Bianchi’. Misschien heb je met een collega op school gezeten of ben je familie van de directeur, dat hoeft de klant niet te weten. Wat in zakelijke verhoudingen ter zake doet, is ‘de functie’, niet de persoon. In officiële correspondentie kun je soms beter aan de functie te adresseren en niet aan een naam. Want, stel dat die persoon niet meer bij het bedrijf werkt, wil je dat je zaak door de plaatsvervanger wordt behandeld, of was het een persoonlijke kwestie? Bij de postsortering willen zij dat graag weten.

WEES NIET BANG OM FORMEEL TE ZIJN

Ondanks de realiteit van familiebedrijven, bestaan in Italië ook formele vacatures. En bovendien, gewoontes veranderen: elke werkplek is een wereld op zich en heeft zijn eigen regels. In gevallen van twijfel de vuistregel is: wees niet bang om formeel te zijn. Dan word je tenminste beschouwd als een beleefd iemand, en je bent steeds op tijd, met de wederzijdse kennis, om van aanpak te veranderen.

Reageer op dit artikel