nieuws

‘Je kan’ of ‘je kunt’?

Taal en communiceren

Wanneer je schrijft heeft ‘Je kunt’ de voorkeur. Net zoals geldt voor bijvoorbeeld ‘je zult’.

‘Je kan’ en ‘je zal’ komen in de spreektaal vaak voor, maar gelden – zeker in Nederland – in de schrijftaal als minder verzorgd. Wanneer ‘je’ een onbepaalde betekenis heeft die vergelijkbaar is met ‘men’, zijn de vormen ‘kan’ en ‘zal’ wel acceptabel, bijvoorbeeld in ‘Je zal het maar hebben’ of ‘Je kan hier ook nooit eens rustig werken.’

ENKEL- EN MEERVOUD

Sommige zogenoemde modale werkwoorden hebben in het enkelvoud en het meervoud een andere klinker; vergelijk ‘ik kan’ en ‘wij kunnen’, ‘hij zal’ en ‘zij zullen’. Vormen als ‘jij kunt’ en ‘jij zult’ zijn in het enkelvoud eigenlijk een buitenbeentje. Dit komt doordat de jij-vorm historisch gezien een meervoudsvorm is. Al enkele eeuwen geleden heeft deze vorm de oude enkelvoudsvorm met ‘du’ verdrongen. Toch heeft de persoonsvorm bij ‘jij’ in de werkwoorden ‘kunnen’ en ‘zullen’ de klinker van het meervoud bewaard, vandaar ‘jij kunt’ en ‘jij zult’. De vormen bij ‘u’ zijn dezelfde: ‘u kunt’ en ‘u zult’.

Reageer op dit artikel