nieuws

Je zegt méér dan je opschrijft

Taal en communiceren

Een briefschrijver realiseert zich vaak te weinig dat een boodschap meer informatie bevat dan alleen de zakelijke. Een boodschap bevat informatie over de schrijver als persoon, over het beeld dat de schrijver van de ontvanger heeft en over de gewenste effecten van de boodschap.

Briefschrijvers staan vaak te weinig stil bij de verschillende functies die taalgebruik heeft. Taal heeft vier functies, een referentiele, een appellerende functie, een expressieve functie en een relationele functie

– Met alles wat je schrijft, draag je bepaalde informatie over (de ‘referentiële functie’)
– Met alles wat je schrijft, heb je een bepaald doel (de ‘appellerende functie’).

De ervaring leert dat bij het schrijven mensen vooral aandacht besteden aan de appellerende en referentiële aspecten. Ze weten precies wat ze met hun brief willen bereiken. Dat doel is dan ook wel in de tekst terug te vinden. En ze kunnen uren gaan zitten schaven aan de formulering. Bij elk woord zijn ze aan het wikken en wegen. Dus over de informatie is ook wel nagedacht.
Let bij het nalezen van een conceptbrief nu eens niet alleen op de twee meest voor de hand liggende aspecten, maar sta ook eens stil bij de expressieve en de relationele functie. Deze functies blijven veelal onderbelicht. Ze gaan vaak hand in hand: beide hebben grote invloed op de toon van de tekst.

– Met alles wat je schrijft, zeg je ook iets over jezelf (expressieve functie)
– Met alles wat je schrijft, zeg je ook iets over jouw relatie met de ontvanger (relationele functie).

Reageer op dit artikel