nieuws

3 technieken om gelijk te krijgen

Taal en communiceren

Er zit een enorm verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Dat heb je zelf ongetwijfeld wel eens meegemaakt. Het levert machteloze situaties op. ‘Waarom wordt er niet naar me geluisterd?’ Veel mensen hebben de neiging om dan nog maar eens te herhalen waarom ze gelijk hebben. Eventueel met stampvoeten en gebalde vuisten erbij. Maar harder praten helpt niet als je gelijk wil krijgen. Gelukkig zijn er technieken die je wél helpen om sneller en vaker gelijk te krijgen. Sarah Gagestein geeft je er alvast drie.

3 technieken om gelijk te krijgen

De drie technieken in vogelvlucht:

1. De hefboomtechniek

Leef je in en gebruik de wensen en angsten van de ander om je boodschap extra gewicht te geven. Schat in welke emotie je het beste kunt prikkelen en welke strategie de doorslag zou kunnen geven. Door je in te leven in zijn of haar behoeften, overtuigingen en oordelen wordt jouw verhaal ineens stukken aantrekkelijker.

Voorbeeld

Stel dat je soms een weekendtelefoon mee naar huis krijgt voor urgente werkgerelateerde telefoontjes die niet tot maandag kunnen wachten. Jij bent aan de beurt, maar het komt je absoluut niet uit omdat je van plan bent om een weekendje weg te gaan. “Het komt mij niet uit, wil jij hem doen dit weekend,” is niet zo’n aantrekkelijke boodschap voor de collega bij wie je komt smeken. “Heb jij dit weekend nog niks gepland? Neem jij de weekendtelefoon dan nu, dan neem ik hem volgende week en kun jij gaan en staan waar je wilt,” is dat wel, want ineens is er iets te halen voor de ander om jou uit de brand te helpen.

2. Puike pavlovjes

Er zit een aantal gekke vuistregeltjes in het brein ingebakken. Die heeft iedereen. Zo zijn we sneller onder de indruk van lange mensen dan van kleine mensen. Ook worden we automatisch bang om iets verliezen op het moment dat we een aanbieding zien die alleen nog vandaag geldig is. Dit heet het principe van schaarste. Níet je portemonnee trekken vraagt op zo’n moment ontzettend veel breinkracht. Helemaal als er ook nog bij staat wat het eerst kostte en hoe goed die aanbieding wel niet is. Dit is het principe van contrast. En voor de duidelijkheid: we merken eigenlijk niet dat deze dingen ons beïnvloeden. We zijn er op zulke momenten heilig van overtuigd dat we het echt zelf wilden en alles onder controle hebben. Gebruik deze gekke vuistregeltjes, bijvoorbeeld sociale bewijskracht.

Voorbeeld

Wil jij tijdens een vergadering een nieuwe werkwijze introduceren waarvan je weet dat het veel mensen tegen het zere been schopt omdat ze dan hun routines moeten aanpassen? Ga dan eerst in één-op-één-gesprekken op zoek naar medestanders. Als je het in de groep gooit en drie collega’s zeggen ‘nee’, dan zal de rest ook ‘nee’ zeggen. Zorg je ervoor dat je al drie keer ‘ja’ hebt veiliggesteld, dan krijg je de rest ineens veel gemakkelijker mee. Wil je een collega verleiden om wat te doneren voor jouw collectebus? Vertel er dan bij dat de rest van de afdeling enthousiast meedeed. Wedden dat het lukt?

3. Taalgoochelen

Zorg dat je woorden ook zeggen wat je bedoelt en de juiste associaties oproepen.Hóé je iets zegt, heeft flink invloed op wat mensen ermee doen. Jouw woorden roepen van alles op bij de ander en dat kan er soms toe leiden dat ze iets heel anders hoort dan wat jij bedoelt. Dan is het niet gek dat ze in de weerstand schiet.

Voorbeeld

Het simpelste, maar toch belangrijke advies hierbij is om niet de woorden te gebruiken die het tegenovergestelde zeggen van wat jij bedoelt. Dus niet: “Ik wil niet dwarsliggen, maar mag ik nog wat inbrengen?”, want het enige dat het brein van de ander hoort is: dwarsligger! Zeg dan liever: “Ik weet dat jij volledigheid heel belangrijk vindt, dus ik heb nog een puntje voor je”. Ineens ben je aan het helpen in plaats van kritiek aan het leveren. Tot slot: zeg nooit wat je niet bent, maar hou het op wat je wel bent. Een aanbevelingsbrief waarin staat dat jij een ‘alles behalve luie medewerker zonder 9-tot-5-mentaliteit en tunnelvisie’ bent… Wat voor effect heeft dat? Je leidinggevende rent waarschijnlijk sneller weg dan een jongetje van acht na het woord ‘verliefd’.

Reageer op dit artikel