nieuws

Overleven onder het systeemplafond

Taal en communiceren

Of het nu over kansloze kantoorplanten gaat, stinkende collega’s of het gevecht om de flexplek; ze heeft er een mening over. En die verkondigt ze op geheel eigen wijze in haar columns voor NRC Handelsblad, die nu gebundeld zijn in Survivalgids voor de kantoorjungle. Japke.d-Bouma over overleven in de kantoorjungle.

Overleven onder het systeemplafond

Waar erger jij je aan op kantoor?

“De ergernissen beginnen vaak al onderweg naar het werk. In de trein gruwel ik van vouwfietsen. En op kantoor: de bossen wortels waarop collega’s zitten te knagen en die stinkende rijstwafels. En dan de vervelende collega die altijd vooraan staat als er wordt getrakteerd. Vastlopende printers vind ik ook rottig. En de collega die het veroorzaakt lost het nooit op. En dat je alles hoort, ook wanneer iemand bestraffend wordt toegesproken terwijl je er gewoon naast zit. En het gevit, geleuter en geklets. Vakantiefoto’s. Kortom: de hel, dat zijn de anderen.”

Hoe overleef je de kantoorjungle?

“Lol maken en kattenfilmpjes kijken. Zonder kattenfilmpjes zou de kantoorjungle niet kunnen draaien. Elke dag na de lunchpauze kijk ik met mijn collega altijd even naar een paar kattenfilmpjes. En toch… Het gekke is: hoezeer ik de kantoorjungle ook vervloek, als ik thuis zit, mis ik de collega’s weer. Die haat-liefdeverhouding herkennen veel mensen denk ik. ”

Waar haal je de inspiratie vandaan?

“Ik krijg allerlei tips binnen van collega’s en via Twitter. Heel veel types komen eigenlijk voort uit mijn allereerste baan die verschrikkelijk was. Ik was 24. Hoe ik me toen voelde, met de ziel onder mijn arm achter die pc, heb ik in heel veel stukjes meegenomen. Veel mensen maken dat mee, die eenzaamheid, geen aansluiting vinden, nog niet snappen hoe dingen werken. En je ziet dat anderen het wél snappen, en dat zij het wél met bepaalde collega’s goed kunnen vinden. Daar is het begonnen, dat nadenken over kantoortypes en het ongeluk dat boven de kantoorjungle hangt. Ook de oneerlijkheid, het verdriet, het niet kunnen worden wat je zelf graag wilt. Al die ambitie die nergens naartoe kan. Die ondertoon is de rode draad geworden in de columns.”

Ruim driekwart van de managementsupporters werkt uitsluitend op kantoor. Ze werken niet of nauwelijks thuis.

“Dat snap ik wel. Vaak moet je er gewoon zijn. Hoe je dat overleeft, al die kantooruren? Trek zelf aan de bel als je het anders wilt en als je echt iets af moet maken, kun je dat soms beter thuis doen. Thuiswerken is een strategische retraite zeg ik altijd. Thuis kun je je weer even opladen, en krijg je ook vaak heel veel werk gedaan. Daar kun je geconcentreerd werken, wat op kantoor vaak niet lukt. Ook een ergernis trouwens: de jassen of vesten op de beste flexplekken op kantoor. Het lijken wel handdoekjes op vakantie om ’s ochtends vroeg al strandstoelen te claimen.”

Heb je een tip voor de managementassistent die zichzelf wat zichtbaarder wil maken?

“Managementondersteuners weten alles. Het zijn vaak de lieve schatten, het zijn de mensen die het warme kloppende hart van een organisatie zijn. Je moet je kunnen wegcijferen. Als je je in dienst stelt van iemand moet dat in je zitten. Mijn eerste tip zou zijn: realiseer je dat het podium waar de mensen staan voor wie je werkt, vol in de spotlights staat. Het werk erop is zwaar en ingewikkeld. Zelfrelativering is heel belangrijk. Creëer wel je eigen schittermomenten. Je mag best de aandacht op jezelf vestigen.”

Hoe doe je dat?

“Probeer je succes te claimen: maak het zo concreet mogelijk. Vond je het goed gaan? Wat had beter gekund? Je rol als assistent is dat je dit ook kunt doen voor anderen: signaleer voor je baas wie een schouderklop verdient. Ga dus niet verongelijkt in een hoekje zitten. Joop van den Ende zei ooit tegen mij in een interview: ‘Ik veeg de vloer voor de sterren aan zodat zij kunnen schitteren.’ En ik heb zelf ook een dienende rol. Als eindredacteur zorg ik ervoor dat de artikelen van alle diva’s en sterauteurs mooi in de krant komen. Achter de schermen zorg ik ervoor dat die stukken beter worden. Dus dat verzorgende, onzichtbare zit ook in mij. Ik heb gelukkig een chef die mij complimenten geeft. Ik kan me voorstellen dat het lastig is als je die nooit krijgt.”

Leestips

Gids voor de kantoorjungle (uitgeverij Rainbow) en Survivalgids voor de kantoorjungle (uitgeverij Thomas Rap)

Foto: Keke Keukelaar

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels