artikel

3 veelvoorkomende grammaticale fouten bij het schrijven van teksten

Geen categorie

1. Verwijsfouten

Eén van de meest gemaakte fouten in teksten zijn verwijsfouten. Soms gebruik je als schrijver gewoon een verkeerd woord:

De nieuwe embryowet verbiedt meer dan dat het toestaat.

Het verwijst hier naar embryowet, een de-woord. Dat kan niet.

Het gaat ook fout als je een verwijzing gebruikt die nergens naar verwijst.

De toneelgroep neemt een speciale plek in in het Nederlandse toneellandschap. Met hun 28-jarig bestaan zijn ze het oudste gezelschap van het land.

Wie zijn hun en ze? Dat kan niet naar de toneelgroep uit de vorige zin verwijzen.

2. Congruentiefouten

Onderwerp en persoonsvorm moeten of allebei in het enkelvoud staan, of in het meervoud. Ze moeten dus in getal overeenkomen, congrueren, zoals dat in vaktaal heet. In de volgende zin gaat dat fout:

De onderzoeker benadrukt dat de media te veel de nadruk legt op het onderzoek.

Onderwerp in de bijzin is media, daar hoort dus een persoonsvorm in het meervoud bij: leggen.

3. Samentrekkingsfouten

Het is niet mooi om hetzelfde woord twee keer achter elkaar te gebruiken. Dat wordt vaak vermeden door het woord de tweede keer weg te laten: een samentrekking. Soms gaat dat fout. Een voorbeeld:

Die keuze maakte ze vorig jaar en spijt haar nog steeds niet.

In het eerste deel van de zin is keuze het lijdend voorwerp, in het tweede deel het onderwerp. Met zo’n verschillende grammaticale rol mag je het woord de tweede keer niet weglaten.

Reageer op dit artikel