artikel

Tips voor goed geformuleerde zinnen

Taal & Spelling

‘Als de zinnen maar kort zijn’, zo hoor je vaak als het gaat over zakelijke teksten. Goed advies, maar het gevaar is dat je tekst dan nogal eentonig overkomt. In dit artikel geef ik tips om zinnen te formuleren die niet alleen lekker lezen, maar ook je boodschap goed overbrengen.

Tips voor goed geformuleerde zinnen

Waar moet een goede zin aan voldoen? Er zijn een aantal tips/criteria.

1. Zet de kern voorop

Wat geldt voor een e-mail, brief en alinea geldt ook voor elke aparte zin: kom het brein van de snelle lezer tegemoet en begin met het belangrijkste. Wat wil je de lezer vertellen? Wat is het belangrijkste nieuws? Tip: geef maximaal één boodschap per zin. Dan staat het belangrijkste nieuws meestal automatisch vooraan.

2. Schrijf complete zinnen

Zorg dat je zin geen vragen oproept. Schrijf complete zinnen, met onderwerp, persoonsvorm, lidwoorden en voorzetsels. Je schrijft dan vriendelijker en duidelijker.

3. Vermijd te lange zinnen

Maak korte zinnen, zet eens wat vaker een punt. Uit onderzoek blijkt dat een zin met meer dan 26 woorden lastig is om te lezen. Nu is dat geen wet van Meden en Perzen, maar het geeft je wel een handige vuistregel. Mocht je zin echt te lang zijn, kijk dan eerst wat de oorzaak ervan is. Staat er te veel verschillende informatie in? Splits de zin dan in twee of meer nieuwe zinnen. Is de zin te lang omdat er een ingewikkelde constructie in staat? Probeer de zin dan te herschrijven.

4. Schrijf actief

Passieve zinnen zijn zinnen met het werkwoord worden. Door dit werkwoord te gebruiken, wordt de zin onpersoonlijk, saai en vaak ook langer dan nodig. Kijk maar eens naar dit voorbeeld:

Wanneer het voertuig wordt bestuurd door een minderjarige, wordt door de verzekeringsmaatschappij voorgeschreven dat de polis wordt ondertekend door de ouder of toeziend voogd. 

Deze zin herschrijf je als volgt actief:

Wanneer een minderjarige het voertuig bestuurt, moet de ouder of toeziend voogd de polis ondertekenen. Dit schrijft de verzekeringsmaatschappij voor. 

Je maakt een zin actief door van het zinsdeel dat met door begint het onderwerp te maken.

> Meer lezen over het schrijven van duidelijk geformuleerde zinnen en teksten? Lees dan ook eens Zo wordt je e-mail wél goed gelezen en 10 tips voor een goede webtekst (Vakbase).

5. Vermijd onnodige hulpwerkwoorden

Een kenmerk van een prettig leesbare tekst is dat hij de lezer zonder omhaal aanspreekt. Omhaal ontstaat onder andere als je veel hulpwerkwoorden als zullen, kunnen en willen gebruikt. Met name het hulpwerkwoord zullen is bijna altijd overbodig. Waarom zeg je niet gewoon waar het op staat? Bekijk het verschil maar eens:

De brochure zal worden verstuurd naar de deelnemers. / De brochure wordt verstuurd naar de deelnemers.

6. Laat werkwoorden werken

In het Nederlands kun je van ieder werkwoord een zelfstandig naamwoord maken. Dat kan op verschillende manieren:

  • met een achtervoegsel (publiceren – de publicatie)
  • door alleen de stam te gebruiken (verraden – het verraad)
  • door het hele werkwoord te gebruiken als zelfstandig naamwoord (het lopen)

Zet je het werkwoord in een zin om in een constructie met een zelfstandig naamwoord. Dan spreek je van de naamwoordstijl. Een voorbeeld:

Het bespreken van het voorstel vindt morgen plaats.

De naamwoordstijl maakt zinnen stroef en onnodig lang. Het zijn juist de werkwoorden die actie in een tekst brengen en die werkwoorden haal je nu weg. Schrijf dus liever:

We bespreken het voorstel morgen.

7. Zet bij elkaar wat bij elkaar hoort

Als woorden die bij elkaar horen ver uit elkaar staan, noemen we dat een tangconstructie.

Ik heb, aangezien ik, ondanks veel aandringen, voor 1 juli nog niet wist of ik ingeloot zou worden en in september met mijn studie zou kunnen beginnen, het inschrijfformulier voor het kamerbureau pas op 1 juli opgestuurd.

In deze zin horen ik heb en opgestuurd bij elkaar, maar de lezer moet er wel erg lang op wachten voor hij dat weet. Het leest makkelijker als je bij elkaar zet wat bij elkaar hoort.

8. Schrijf persoonlijk

Schrijf je bericht alsof je je lezer aan de telefoon hebt. Een belangrijk ingrediënt van deze stijl zijn de woorden je of u. Zorg ervoor dat je deze woorden regelmatig gebruikt in je tekst. Dan weet je zeker dat je de lezer persoonlijk aanspreekt.

Deze tips komen uit het boekje Aan de slag met heldere taal – schrijven voor de snelle lezer van nu van Judith Winterkamp. 

Reageer op dit artikel