checklist

Tips voor een meer mannelijke opstelling

Taal en communiceren

Maakt het nog uit of je baas een man of een vrouw is? Jazeker. Het is redelijk te voorspellen hoe vrouwelijke bazen zich uiten en hoe mannelijke dat doen.

De verschillen zijn uitvoerig beschreven in onderzoek en in de media.

Heel zwart-wit geformuleerd: mannen zijn vooral gericht op ‘dingen’, vrouwen op relaties.

Steeds meer organisaties weten de verschillen tussen vrouwen en mannen te waarderen. Beiden vullen elkaar aan:
– Mannen zijn soms ééndimensionaal en kunnen zeker wel een onverwachte vrouwelijke invalshoek gebruiken.
– Vrouwen missen soms de essentie van een vraagstuk en zijn soms gebaat bij wat meer mannelijke focus. Ook als daardoor de sociale verhoudingen wat in het gedrang komen.

Tips voor een meer mannelijke opstelling
Hier volgen zeven tips om je als vrouwelijke medewerker meer als een man op te stellen, zonder te worden aangezien voor een ‘kenau’ of een ‘manwijf’. De gouden regel is dat je je meer op de inhoud richt dan op de relatie.

1.       Geef argumenten in plaats van excuses
Vrouwen houden de relatie graag goed, hoe groot dat cliché ook is. Het gevolg kan zijn dat je kritiek van je baas ervaart als een bedreiging van de relatie. Je gaat dan razendsnel excuses bedenken. Niet doen! Geef gewoon een goed argument voor je gedrag of handelwijze en zeg geen ‘sorry’ als dat niet echt nodig is. Een voorbeeld:

Je baas:

‘Hé, je wilt meer budget voor dat project. Hoe kan dat nou? Een maand geleden hebben we daar toch harde afspraken over gemaakt? ‘

Jij:

‘Voortschrijdend inzicht. Onze partner wil wat uitbreiding en de deelnemers willen meer communicatie eromheen. Nou ja, dan loopt het op, hè.’

Niet:

‘Ja sorry, ik had ook niet zien aankomen dat de kosten omhoog zouden gaan. Ik zal daar voortaan beter op letten.’ 

2.       Stel je niet onderdanig op
Een foutje kan iedereen overkomen, en een keertje aan de late kant met iets zijn ook. Dat is geen reden om onderdanig gedrag te gaan vertonen.

Je baas:

‘Hé, heb je dat rapport nog niet af? Dat zou toch gisteren op mijn bureau liggen?’

Jij:

‘Ja, er kwam wat tussen. Het is bijna af, vrijdag krijg je het.’

Niet:

‘Hartstikke sorry, het is allemaal uitgelopen. Is het goed als ik het vrijdag klaar heb?’ 

3.       Vraag om duidelijkheid, neem niks aan
Je wilt niet “lastig” zijn. Vraag je af of dat reëel is. Hoe zou jij het vinden als iemand bij jou om duidelijkheid vraagt? Toch ook heel vanzelfsprekend?

Je baas:

‘Dit project staat nu wel erg onder druk.’

Jij:

‘Gaat het project wel of niet door?’

Niet:

‘Dus ik ga er maar van uit dat de boel wordt afgeblazen. Wat denk jij? Gaat de zaak nog door?’

4.       Focus op het werk, niet op de baas
Soms vermoed je een wereld aan gevoelens bij je baas als hij of zij kritisch is. Maar vaak is er niet zo veel aan de hand. Inzoomen op de toon van zijn kritiek is niet altijd handig en kan ergernis oproepen. Je baas wil vooral duidelijkheid.

Je baas:

‘Ja, allemachtig! Is die klus nou nog niet af?’

Jij:

‘Over drie dagen is het helemaal in orde, ik ben er druk mee bezig.’

Niet:

‘Heb ik iets gezegd daardoor je zo kortaf reageer?’

Of:

‘Nou, ik kan er even niet mee verder, want Pietje zou er nog naar kijken, en die heeft nog niet gereageerd.’

5.       Zeg gewoon wat je wilt/kunt
Probeer zo duidelijk mogelijk antwoord te geven op een vraag. Zonder bijgedachten, zonder angst voor wat er mogelijk zou kunnen gebeuren.

Je baas:

‘Wanneer kun je het af hebben?’

Jij:

‘Volgende week maandagochtend.’

Niet:

‘Zou je het vervelend vinden als het pas volgende week wordt? Ik bedoel, ik heb het ontzettend druk. Ik wil je niet in de problemen brengen, maar ik moet ook op mezelf passen.’

6.       Laat je niet met een kluitje in het riet sturen
Je baas heeft het recht kritiek te uiten, jij hebt precies hetzelfde recht.

Je baas:

‘Ik heb je toch goed geholpen met die notitie? Je kunt het zo overnemen.’

Jij:

‘Nee, dat kan ik niet. Ik mis nog dat-en-dat in jouw notitie.’

Niet:

‘Ik zie dat ietsje anders. Ja sorry, ik vind dat ik dit even moet zeggen. Jij ook?

7.       Hou op met sorry zeggen
Zeg geen sorry als het niet hoeft. Meestal verwacht je baas dit ook niet. Hij of zij verwacht wél een duidelijk antwoord, ongeacht wat dat antwoord is.

Je baas:

‘Ik hoorde dat jij nogal boos was op collega Jansen tijdens de personeelsborrel.’

Jij:

‘Inderdaad, ik was nogal boos.’

Niet:

‘O, heb je dat gehoord? Ja sorry hoor. Ik heb me blijkbaar een beetje laten gaan.’

Of:

‘Hebben anderen er last van gehad, denk je?’

 

De gebruiksaanwijzing van je manager
Hoe herken je weerstand?
Werkdrukdiscussie met leidinggevende
Boek: Enneagram
Training: Communiceren met NLP

Reageer op dit artikel