checklist

Reactieve taal

Taal en communiceren

Secretaresses hebben vaak een dienende rol en gebruiken daarbij reactieve taal. Daar is niets mis mee, sterker nog: in veel situaties werkt deze stijl uitstekend. Maar niet in alle.

Het is dus goed om je bewust te zijn van reactief taalgebruik en daar waar nodig proactieve taal in te zetten.

Kenmerken van de reactieve spreekstijl zijn:

Een vragende zin in plaats van een bevestigende:
–       ‘Zal ik het dan zo aanpakken?’
–       ‘Vind je het goed als ik dan voortaan alleen besluiten notuleer?’
–       ‘Zou je dan misschien een volgende keer …?’

Regelmatig gebruik van de woorden ‘eigenlijk’ en ‘misschien’:
–       ‘Eigenlijk heb ik geen tijd, maar …’
–       ‘Eigenlijk zou ik het anders moeten aanpakken, maar …’
–       ‘Ik vind eigenlijk dat je dat zelf wel kunt doen.’
–       ‘Misschien zouden we het zo kunnen aanpakken.’
–       ‘Misschien is het wel onzin, maar …’

Verkleinwoorden gebruiken voor eigen prestaties:
–       ‘O, dat klusje.’ (Terwijl je er uren werk aan hebt gehad.)
-‘Het was maar een klein halfuurtje extra werk hoor.’

Het wegwuiven van complimenten na een prestatie:
–       ‘Dat stelde niets voor.’
–       ‘Dat kan iedereen toch.’
–       ‘Zo veel werk was het niet.’

‘Even dit-, even dat’-taal:
–       ‘Als ik nou eerst nog even dit doe, dan …’
–       ‘Dat doe ik er wel even tussendoor.’
–       ‘Ik kan dat straks wel even afmaken.’

‘Sorry-, sorry’-taal:
–       Je loopt de kamer van je leidinggevende in. Je ziet dat hij aan de telefoon zit: ‘Sorry, sorry.’
–       Je botst tegen een collega aan die niet uitkijkt en jij zegt: ‘Sorry, sorry.’
–       Je staat bij de kopieermachine en iemand anders heeft haast: ‘Sorry, sorry.’

Gedachten lezen:
–       Je krijgt een vage opdracht en vult de rest zelf in, omdat je denkt dat hij of zij dat wel zal bedoelen. Helaas, het blijkt anders te zijn.
–       Je leidinggevende zegt niets over die brief die bijna met drie spelfouten de deur uit ging. Jij weet wel wat hij of zij dacht.

Generaliseren: altijd en nooit:
–       ‘Altijd als ik eens vroeg naar huis wil …’
–       ‘Altijd als ik iets doe …’
–       ‘Ik krijg die notulen ook nooit op tijd.’

In algemeenheden praten:
–       ‘Zo gaat het hier.’
–       ‘Dat doen we al jaren zo.’
–       ‘Wij hebben er allemaal last van.’

Kijk naar jezelf-reactie:
–       ‘Alsof jij nooit fouten maakt.’
–       ‘Kom, kom zeg, jij doet ook niet alles perfect.’
–       ‘Houd jij dan zo veel rekening met mij?’

Oude koeien:
–       ‘Vorige week reageerde je precies zo.’
–       ‘Weet je nog op de vergadering van vorige maand?’

Ja, maar:
–       ‘Goed idee, maar ja, weet je …’
–       ‘Ja, dat kan ik wel doen, maar …’

Zwijgen als je van binnen niet zwijgt:
–       Je denkt: Dat moet ze een volgende keer echt niet weer zo doen. Je zegt niets.
–       Je ergert je aan iets. Je zwijgt.

Een betere beloning in crisistijd
Kernwaarden van jou en je collega’s
Van collega naar baas
Boek: Sterk staan door proactief communiceren
Training: Proactief functioneren

Reageer op dit artikel