checklist

Tien tips voor een duidelijke tekst

Taal en communiceren

Tien praktische tips, mét voorbeelden, om tot een duidelijke tekst te komen:

1. Laat werkwoorden werken
Stop de handeling van de zin niet in een zelfstandig naamwoord, maar zeg duidelijk wie wat doet. Daar wordt de zin concreter, informatiever en korter van.

Dus niet zo:
Gemeente en uitkeringsgerechtigde moeten werken aan het wegnemen van de belemmeringen voor het niet kunnen opleggen van arbeidsverplichtingen.

Maar zo:
Gemeente en uitkeringsgerechtigde moeten de arbeidsbelemmeringen wegnemen.

2. Benoem wie wat doet
Verstop de handeling van de zin niet in de lijdende vorm als daar geen reden voor is. De lijdende vorm verdoezelt namelijk wie iets doet, doen moet of gedaan heeft – en die informatie is vaak wel relevant.

Dus niet zo:
De publiekssamenvatting wordt voor de zomer gerealiseerd.

Maar zo:
Voor de zomer brengt XYZ een publiekssamenvatting uit.

3. Spreek je lezer aan
Spreek je lezer aan waar dat kan, daar wordt je tekst een stuk leesbaarder van.

Dus niet zo:
Bezwaar kan gemaakt worden bij…

Maar zo:
Wilt u bezwaar maken tegen dit besluit, dien dan een bezwaarschrift in bij…

4. Hanteer een heldere zinsbouw
Een zin wordt onleesbaar als de delen die bij elkaar horen, niet bij elkaar staan.

Dus niet zo:
Zij had het entreebewijs, dat ze gisteren voor haar vriendin, die niet kwam opdagen, had gekocht, over.

Maar zo:
Zij had het entreebewijs over. Ze had het gisteren gekocht voor haar vriendin. Maar die kwam niet opdagen.

5. Kom snel met de kern
Laat je lezer niet te lang wachten op de kern van de zin.

Dus niet zo:
Met de toenemende, landelijke erkenning dat huiselijk geweld een omvangrijk maatschappelijk probleem is dat zichtbaar, bespreekbaar en op verschillende niveaus aangepakt moet worden (…)

Maar zo:
Ook binnen de regio’s moet er een gezamenlijk gedragen beleid komen om huiselijk geweld aan te pakken (…)

6. Benoem verbanden
Maak de verbanden tussen zinnen en alinea’s duidelijk met signaalwoorden, zoals ‘ten slotte, vervolgens, ten eerste, bijvoorbeeld, bovendien, echter, naar mijn mening etc.’. Zo ben je er zeker van dat je lezer je goed begrijpt.

Een voorbeeld van signaalwoorden in een tekstje:

Een intensief contact met familie en vrienden kan voor een patiënt erg waardevol zijn. Bovendien doorbreekt bezoek het soms eentonige verblijf in een ziekenhuis. Te vaak en te veel bezoek rond het bed kan echter storend zijn. Alle patiënten moeten immers met zorg en op tijd behandeld kunnen worden. Daarom bestaan er regels.

7. Verwijs duidelijk
Verwijs ondubbelzinnig, anders kan je lezer je verkeerd begrijpen.

Dus niet zo:
De zonnebloemzaadjes hebben mooie bloemen opgeleverd. Deze hebben de tuin uiteindelijk toch een fleurig aanzien gegeven.

Maar zo:
Deze zaadjes hebben de tuin uiteindelijk toch een fleurig aanzien gegeven.

8. Introduceer jargon
Wees voorzichtig met jargon, oftewel vaktermen die niet-ingewijden niet kennen. Introduceer je zo’n term in je tekst, licht dan toe wat je daarmee bedoelt. Vervolgens kun je die term gewoon gebruiken.

Zie voor een voorbeeld het voorbeeld onder punt 9.

9. Verklaar afko’s
Voor afkortingen geldt wat ook voor jargon geldt: licht een afkorting de eerste keer toe, daarna kun je ’m gewoon gebruiken.

Dus niet zo:
De cliënt heeft voor het aanvragen van een pgb een indicatiebesluit nodig.

Maar zo:
Voor het aanvragen van een persoonsgebonden budget (pgb) heeft u een indicatiebesluit nodig. Een indicatiebesluit is een…

10. Vermijd ouderwetse woorden

Vermijd ouderwetse woorden als uit de linkerkolom en vervang ze door de woorden uit de rechterkolom:

ouderwets

modern

derhalve

dus

met betrekking tot

voor

in casu

in het/dit geval

alvorens

voordat

betreffend

over

onderhavig

deze/dit

Opbouw van een tekst: Wie Wat Waar Waarom Wanneer Hoe
Zakelijke brieven: opbouw en indeling in alinea’s
Schrijftips: een checklist met valkuilen en oplossingen
Boek: Negen regels naar een duidelijke tekst
Training: Creatief zakelijk schrijven

Reageer op dit artikel