checklist

Zelfsturing: 8 tips voor goede feedback

Taal en communiceren

Zelfsturing is prettig, want je kunt zelfstandig werken, autonoom zijn en eigen initiatieven ontplooien. Toch is het nog steeds fijn om te horen van je leidinggevende of je het goed doet. En wat beter kan. Maar opbouwende kritiek uitspreken of incasseren is niet altijd makkelijk…

Zelfsturing: 8 tips voor goede feedback

Over Duurzame Inzetbaarheid zet 8 tips voor goede feedback op een rijtje. Heel handig om onder de neus van je manager te houden voor jezelf, zowel wanneer je feedback wilt geven, als wanneer je feedback moet incasseren.

1. Constructieve feedback is nodig

Veel leidinggevenden vinden het lastig om feedback te geven. Ze zijn bang om de relatie met een medewerker te schaden. Hoe zal jij of een collega reageren op een lijst(je) met zaken die beter kunnen, en misschien ook wel beter móéten binnen afzienbare tijd? Zelfs als je feedback constructief brengt, blijft die angst toch altijd ‘boven het gesprek’ hangen.

Dan maar focussen op wat wel goed gaat? Nee. Vooral jongere werknemers krijgen liever constructieve feedback dan positieve, blijkt uit dit artikel van tlnt.com. Zelfs als je het goed doet, wil je weten wat er binnenkort nog beter kan. Dat vindt 92% van de deelnemers aan dat onderzoek.

2. Let op de persoonlijkheid

Maar niet iedereen vindt het prettig om direct te horen wat er goed gaat aan zijn werk en wat beter kan. Zeker niet als collega’s en mogelijk andere leidinggevenden daarbij aanwezig zijn. Het kan overkomen als een soort berisping. Er zijn mensen die gelijk het gesprek aan willen gaan, maar anderen willen er even over nadenken. Ze komen dan wat later met meestal goed afgewogen argumenten voor en tegen.

3. Kijk vooruit, niet achterom

Constructieve feedback werkt beter dan verwijten. Dat geldt voor iedereen. Maar constructief (en positief) blijven is niet altijd even makkelijk, zeker niet als de leidinggevende meer had verwacht van een medewerker. Toch lukt het bijna altijd om constructief over te komen door te focussen op de toekomst. Zeg dus niet (meer):

‘Dat en dat ging fout’, maar zeg:
‘Als we dit erbij doen, of anders doen, denk ik dat het beter zou kunnen gaan.’

Of stel de vraag: ‘Hoe denk jij dat het anders / beter kan?’

Het laat zien dat fouten maken mag, en zelfs moet, als manier om verder te komen. Deze organisatie heeft een leercultuur.

4. Versterk de motivatie

Mensen die zich elke werkdag kunnen richten op hun sterke kanten, en weten dat ze hier goed in zijn omdat ze dat recent hebben laten zien, zijn zesmaal zo betrokken bij hun werk (zeg maar bevlogen), driemaal zo tevreden met hun leven, 8 procent productiever en de kans dat ze opzeggen is 15 procent kleiner. Managers hoeven er alleen nog maar voor te zorgen dat ze nog beter worden in wat ze al goed doen…

5. Pas op met plotselinge koerswijzigingen

Niemand houdt van veranderingen, en we hebben een nog grotere hekel aan plotselinge veranderingen. Toch moeten bedrijven steeds vaker op korte termijn hun koers aanpassen, bijvoorbeeld omdat markten, klanten en overheden ze weinig keus laten. Zo’n plotselinge gebeurtenis kan een demotiverende werking hebben. Moet er een project plotseling worden afgeblazen, probeer dan om iets van de resultaten ergens anders bij te gebruiken. Mensen zien graag dat hun werk ‘ergens’ goed voor is geweest.

6. Doe niet zo benauwd

Wie verder wil komen, zal iets moeten durven. Bij stilstand is er zeker geen ontwikkeling. Dus constateren dat alles goed gaat helpt het bedrijf, noch de medewerker. Deze tegeltjeswijsheden betekenen dat de organisatie niet alleen ruimte moet geven voor creativiteit, maar het ook zal moeten aanmoedigen. Bijvoorbeeld door nieuwe ideeën en ‘gefröbel’ niet direct af te kappen. Google geeft zijn mensen hier 20 procent van hun tijd voor, en het legt de onderneming bepaald geen windeieren.

7. Just do it

Je kunt eindeloos praten over zwemmen, parachutespringen of motorrijden, maar de enige manier om te ontdekken of het wat voor je is, is het gewoon te dóén. Begin ermee, en je ontdekt zelf al snel wat de volgende keer anders moet of beter kan. Later in dat proces kun je hulp inroepen om de prestaties naar een hoger niveau te brengen. Maar eerst moet je ontdekken of het wat voor je is, en dat kan op maar één manier.

8. Geef ons aandacht

De traditionele gesprekscyclus ligt zwaar onder vuur. Altijd die gesprekken over wat goed gaat en beter kan, vooral jongeren worden er moe van. HR weet dat al langer, en is gekomen met kortere cycli, vaker tussentijds praten over hoe en wat en op tijd bijstellen. Tim Sackett wijst ook dat resoluut van de hand. Medewerkers, en dan vooral de jongere, willen niet ‘meer of vaker feedback’. Wat willen ze wel? Aandacht, persoonlijke en professionele aandacht. Ze willen oprechte belangstelling voor hen als persoon, maar ook professionele aandacht voor de zaken in hun werk die beter of anders kunnen. Gelet op persoon, functie en prestatie. En daarbij geldt dat sommigen dicht op de huid gezeten moeten worden, en anderen meer ruimte moeten hebben om uit zichzelf bij te draaien. En die aandacht moet blijvend zijn. Vooral als je wilt dat talenten langer blijven…

Bron: overduurzameinzetbaarheid.nl

Zelf aan de slag

Zelf aan de slag met zelfsturing? Tijdens het Management Support Event op 16 november geeft Maarten Fijnaut de workshop Zelfsturend secretariaat.

Bekijk alvast Maartens video. En lees zijn populaire artikel Zelfsturing op het secretariaat kan niet… het moet!

Reageer op dit artikel