vraag & antwoord

Hoe gebruik ik hoofdletters, kleine letters en leestekens bij opsommingen?

Taal en communiceren

Je kunt bij opsommingen gebruik maken van nummers of letters met een punt erachter, of van grafische tekens. De regels voor het gebruik van hoofd- en kleine letters en eindetekens gelden bij het gebruik van alle opsommingstekens: streepjes, puntjes, nummers of letters. Probeer bij een opsomming altijd een consequente structuur aan te houden. Bestaat de opsomming […]

Je kunt bij opsommingen gebruik maken van nummers of letters met een punt erachter, of van grafische tekens. De regels voor het gebruik van hoofd- en kleine letters en eindetekens gelden bij het gebruik van alle opsommingstekens: streepjes, puntjes, nummers of letters. Probeer bij een opsomming altijd een consequente structuur aan te houden.

Bestaat de opsomming uit een of meer zinnen, dan is het gebruikelijk dat je met een hoofdletter begint en met een punt eindigt. Bestaat de opsomming uit enkele woorden of onvolledige zinnen, dan begin je met een kleine letter en eindigt met een puntkomma. Het laatste deel van zo’n opsomming eindigt met een punt.
Voorbeelden:

  • Hij komt altijd.
  • Hij komt niet.
  • Hij komt nooit.

  • rapporten;
  • brieven;
  • memo’s;
  • notulen.

Ook zie je wel bij opsommingen dat de puntkomma wordt weggelaten, waarschijnlijk omdat in sommige gevallen meer belang wordt gehecht aan de opmaak dan aan schrijfconventies. Er is ook onderscheid tussen kleine letters en hoofdletters: kleine letters bij een zinsdeel of fragment en hoofdletters als een hele zin wordt opgesomd en altijd bij namen.

Reageer op dit artikel