vraag & antwoord

Wanneer komt er een t achter het werkwoord?

Taal en communiceren

Bij het vervoegen van een werkwoord neem je altijd de stam: onthouden – onthoud.Je/jij/hij/zij/het krijgen een -t in de vervoeging. Maar: je zet een -t achter de stam van het werkwoord als je ‘je/jij’ ervoor zet: ‘je onthoudt’.Je schrijft geen -t als ‘je/jij’ erachter komt: onthoud je?Een truc om te horen of er wel of geen […]

Bij het vervoegen van een werkwoord neem je altijd de stam:
onthouden – onthoud.
Je/jij/hij/zij/het krijgen een -t in de vervoeging. Maar: je zet een -t achter de stam van het werkwoord als je ‘je/jij’ ervoor zet: ‘je onthoudt’.
Je schrijft geen -t als ‘je/jij’ erachter komt: onthoud je?
Een truc om te horen of er wel of geen -t achter de stam moet, is door het werkwoord in je zin te vervangen door het werkwoord ‘lopen’.
In het boekje De d’s en t’s bij de vervoeging van werkwoorden‘ staat hoe het precies zit met de vervoeging van werkwoorden:  uitgeverij Kluwer, ISBN: 9014073828. Je kunt het bestellen via: www.managementsupport.nl > Shop.

Reageer op dit artikel