vraag & antwoord

Wanneer schrijf je ‘grote’ en wanneer ‘grootte’?

Taal en communiceren

Je schrijft ‘grote’ als het gaat om een bijvoeglijk naamwoord. Op een bijvoeglijk naamwoord volgt altijd een zelfstandig naamwoord. Voorbeelden: de grote auto een grote mond het grote kindHet woord ‘grootte’ is een zelfstandig naamwoord: de grootte.  Het duidt de mate aan waarin iets groot is, de omvang van iets. Je kunt het vergelijken met ‘lengte’ of […]

Je schrijft ‘grote’ als het gaat om een bijvoeglijk naamwoord. Op een bijvoeglijk naamwoord volgt altijd een zelfstandig naamwoord. Voorbeelden:

  • de grote auto
  • een grote mond
  • het grote kind
Het woord ‘grootte’ is een zelfstandig naamwoord: de grootte.  Het duidt de mate aan waarin iets groot is, de omvang van iets. Je kunt het vergelijken met ‘lengte’ of ‘breedte’. Het woord staat op zichzelf, in tegenstelling tot ‘grote’, dat iets zegt over van het woord zegt dat er direct op volgt (het grote kind).

Voorbeelden:
  • wat is de grootte van dit land?
  • de grootte van het bedrag (de omvang van het bedrag)
  • de gewenste grootte (de gewenste afmeting)

Reageer op dit artikel