vraag & antwoord

Wat is goed: hij wilt of hij wil?

Taal en communiceren

Het moet zijn: hij/zij wil, zonder t.Bij alle regelmatige werkwoorden in het Nederlands geldt in de tegenwoordige tijd de regel: stam + t bij de derde persoon (hij/zij/het). Er zijn echter een paar werkwoorden die een uitzondering vormen op deze regel, bijvoorbeeld kunnen, zullen en willen:ik kan, jij kunt, hij kanik zal, jij zult, hij zalik […]

Het moet zijn: hij/zij wil, zonder t.
Bij alle regelmatige werkwoorden in het Nederlands geldt in de tegenwoordige tijd de regel: stam + t bij de derde persoon (hij/zij/het). Er zijn echter een paar werkwoorden die een uitzondering vormen op deze regel, bijvoorbeeld kunnen, zullen en willen:
ik kan, jij kunt, hij kan
ik zal, jij zult, hij zal
ik wil, jij wilt, hij wil

Reageer op dit artikel