vraag & antwoord

Ik vraag me af waarom ‘wiegenkind’ wel een tussen-n krijgt, en ‘wiegelied’ niet. Voor het woord wiegenkind geldt de hoofdregel: als het linkerdeel van de samenstelling uitsluitend een meervoud heeft met een -n, dán schrijf je die -n in de samenstelling. Wieg heeft uitsluitend de meervoudsvorm wiegen, dus schrijf je wiegenkind. Toch krijgt wiegelied géén […]

Ik vraag me af waarom ‘wiegenkind’ wel een tussen-n krijgt, en ‘wiegelied’ niet.

Voor het woord wiegenkind geldt de hoofdregel: als het linkerdeel van de samenstelling uitsluitend een meervoud heeft met een -n, dán schrijf je die -n in de samenstelling. Wieg heeft uitsluitend de meervoudsvorm wiegen, dus schrijf je wiegenkind. Toch krijgt wiegelied géén tussen-n. Waarom? De hoofdregel geldt alleen voor woorden waarvan het linkerdeel een zelfstandig naamwoord is. Bij wiegelied is het linkerdeel geen zelfstandig naamwoord, maar een werkwoord. Het gaat hier om het werkwoord wiegen (een baby in slaap wiegen). De regel is: woorden waarvan het eerste deel afkomstig is van een werkwoord, krijgen geen tussen-n. Daarom is het wiegelied, maar wiegenkind.

Reageer op dit artikel