vraag & antwoord

Een aantal collega’s ging(en) op cursus

Taal en communiceren

Wat is juist: ‘Een aantal collega’s ging op cursus’, of ‘Een aantal collega’s gingen op cursus’? Beide zinnen zijn juist. Bij ‘een aantal’ is zowel enkelvoud als meervoud mogelijk. In het dagelijks taalgebruik is het meervoud het gewoonst. Het meervoud bij een aantal past bij de betekenis die het voor veel mensen in de praktijk […]

Wat is juist: ‘Een aantal collega’s ging op cursus’, of ‘Een aantal collega’s gingen op cursus’?

Beide zinnen zijn juist. Bij ‘een aantal’ is zowel enkelvoud als meervoud mogelijk. In het dagelijks taalgebruik is het meervoud het gewoonst.

Het meervoud bij een aantal past bij de betekenis die het voor veel mensen in de praktijk heeft: ‘enkele, meerdere’. Het enkelvoud is ook juist, maar komt formeler over: ‘Een aantal collega’s ging op cursus.’

Formuleringen met ‘een aantal’ zijn niet altijd heel duidelijk. ‘Er zijn een aantal veranderingen doorgevoerd’ laat in het midden of het om veel of weinig veranderingen gaat. Duidelijker is dan bijvoorbeeld ‘enkele veranderingen’ of ‘heel wat veranderingen’, alleen ‘veranderingen’, of een precies aantal: ‘Er zijn twee veranderingen doorgevoerd.’

Een aantal is dus, samen met een paar vergelijkbare woorden, op weg een onbepaald telwoord te worden. Het gaat lijken op een paar (‘enkele’) en een (hele)boel, waar alleen een meervoud bij gebruikt kan worden:

  • Er kunnen een paar buien vallen.
  • Een heleboel loten zijn al verkocht.

Alleen in de betekenis ‘set van twee’ komt bij ‘een paar’ nog een enkelvoud:

  • Staat er een paar schoenen van mij in de gang?

Bron: www.onzetaal.nl

Management Support Secretaressedictee
Erop of er op
Hun of hen
Alle of allen
Boek: Spelling en taaltips
Training: Spelling en taaltips 

Reageer op dit artikel