vraag & antwoord

<strong>Ertegenop of ertegen op?</strong>

Taal en communiceren

Volgens mij moet ‘op’ in de zin ‘Ik zie ertegenop’ vast staan aan ‘er’. Toch twijfel ik. Wat is de regel? Nee, de juiste zin is: ‘Ik zie ertegen op.’ ‘Tegen’ komt vast aan ‘er’ te staan en ‘op’ schrijf je los. Het hele werkwoord is: opzien tegen. Hieraan kun je zien dat ‘op’ geen vrij […]

Volgens mij moet ‘op’ in de zin ‘Ik zie ertegenop’ vast staan aan ‘er’. Toch twijfel ik. Wat is de regel?

Nee, de juiste zin is: ‘Ik zie ertegen op.’ ‘Tegen’ komt vast aan ‘er’ te staan en ‘op’ schrijf je los. Het hele werkwoord is: opzien tegen. Hieraan kun je zien dat ‘op’ geen vrij voorzetsel is (het zit aan het werkwoord vast) en ‘tegen’ wel (‘tegen’ zit niet vast aan het werkwoord).

Dus: ‘Ik zie ertegen op.’

Andere voorbeelden met ‘vaste’ voorzetsels:

  • Het hangt ervan af.
    Want: hele werkwoord is (ervan) ‘afhangen’.
  • Hij komt erop af.
    Want: hele werkwoord is (erop) ‘afkomen’.
  • Ik ga ervan uit.
    Want: hele werkwoord is ‘uitgaan’ (van).
  • Zij zien ervan af.
    Want: hele werkwoord is ‘afzien’ (van).

Voorbeelden met ‘vrije’ voorzetsels:

  • Zij praat erdoorheen.
    Want: hele werkwoord is ‘praten’, en niet ‘heenpraten’.
  • Hij geeft hem ervanlangs.
    Want: hele werkwoord is ‘geven’ en niet ‘langsgeven’.
  • Zij trekken eropuit.
    Want: hele werkwoord is ‘trekken’ en niet ‘uittrekken’.

Erop of er op
Je kan of je kunt
In company of incompany
Boek: Taalfouten in de praktijk
Training: Kei in taal

Reageer op dit artikel