vraag & antwoord

Veranderende werkwoorden

Taal en communiceren

“Ik hoorde mijn buurvrouw ‘ik duikte’ zeggen. Is dat wel goed? Volgens mij is het ‘ik dook’. Of mag ‘duikte’ inmiddels ook?” Antwoord Je hebt het juist: ‘ik dook’ is de enige correcte verleden tijd van ‘ik duik’. Toch lijkt het wel of mensen steeds vaker een werkwoord regelmatig vervoegen terwijl het om een onregelmatig […]

Veranderende werkwoorden

“Ik hoorde mijn buurvrouw ‘ik duikte’ zeggen. Is dat wel goed? Volgens mij is het ‘ik dook’. Of mag ‘duikte’ inmiddels ook?”

Antwoord

Je hebt het juist: ‘ik dook’ is de enige correcte verleden tijd van ‘ik duik’. Toch lijkt het wel of mensen steeds vaker een werkwoord regelmatig vervoegen terwijl het om een onregelmatig werkwoord gaat. Voordat ik daar meer over zeg even wat theorie.

Een regelmatig werkwoord is een werkwoord dat in de verleden tijd de stam + de(n) of te(n) krijgt. Een paar voorbeelden:

Ik maak / ik maakte …
Hij beantwoordt / hij beantwoordde …

We spreken van een onregelmatig werkwoord als het in de verleden tijd een andere klank krijgt. Dit worden ook wel sterke werkwoorden genoemd. Denk aan:

Ik loop / ik liep …
Zij doet / zij deed …

Volgens het Genootschap Onze Taal verdwijnen de sterke werkwoorden heel langzaam uit onze taal. Dat is een proces dat al eeuwen aan de gang is. Op de site van het Genootschap vind je een lijst met werkwoorden die zowel een zwakke als een sterke vervoeging in de verleden tijd kunnen hebben. Ik geef je een paar voorbeelden:

Ik ervoer/ervaarde dat
als heel positief.
Zij verscholen/verschuilden zich achter de heg.
Hij joeg/jaagde hem de stuipen op het lijf.
Het woei/waaide hard vandaag.
De vinger zwoor/zweerde flink.
Zij voeren/vaarden langs de kust.

Welke vorm is de juiste verleden tijd? Ga uit van het Groene Boekje van 2005.*

1. Ik durfde / ik dorst
2. Zij krijste / zij krees
3. Ik wilde / ik wou
4. Hij melkte / hij molk
5. Zij jaagde / zij joeg
6. Hij zegde haar na / hij zei haar na
7. Zij ontraadde / zij ontried
8. Ik schrikte op / ik schrok op
9. Zij schuilde / zij school
10. Ik vraagde op / ik vroeg op
11. Hij spuugde / hij spoog
12. Zij verraadde / zij verried
13. Hij vraagde / hij vroeg
14. Zij breide / zij bree
15. Hij hijgde / hij heeg

 

* alle versies zijn correct

Verdieping

PS onder een mail, mag dat?
Als Roodkapje eraan komt…
Piramideschrijven: zo bereik je je doel
Zo schrijf je pakkende teksten [Vakbase]
25 elementaire schrijfregels [Vakbase]
Creatief zakelijk schrijven [training]
Kei in taal [training]

Reageer op dit artikel