vraag & antwoord

Waarom is het bessensap maar hordeloop?

Taal en communiceren

Een berucht probleem: de schrijfwijze van verbindingsklanken in samenstellingen. Vooral de tussen-n zorgt vaak voor verwarring. Is het pannekoek of pannenkoek? Kies je voor gedachtegang of gedachtengang? Hans de Groot, werkzaam bij Van Dale, vertelt hoe het zit met tussenklanken in samenstellingen.

Waarom is het bessensap maar hordeloop?

Tussenklank: s

Tussenklanken zijn nodig om de samenstelling wat soepeler te laten klinken. Kennelijk vinden we dorpfeest niet lekker klinken en daarom zetten we een s tussen de twee delen: dorpsfeest. Over het algemeen levert deze tussen-s weinig problemen op bij het schrijven. De regel is namelijk simpel: als je een s hoort in een samenstelling, dan schrijf je een s. Dus is het: dorpsfeest, dichterswijk, schildersezel.

Er ontstaat alleen een probleem als het tweede deel van de samenstelling met een s-klank begint. Je hoort dan namelijk niet of er sprake is van een tussen-s. Pas dan het volgende trucje toe: vervang het tweede woord door een woord dat niet met een s-klank begint.

het is dorpsstraat, want het is ook dorpsplein
het is voetbalstadion, want het is ook voetbalarena

Er zijn woorden waarbij de een wél een s uitspreekt en de ander niet. Gelukkig worden beide vormen goedgekeurd, bijvoorbeeld bij:

spellingprobleem
spellingsprobleem

Gebruik dus gewoon de variant die je voorkeur heeft. Twijfel je toch, kijk dan in een woordenboek.

Tussenklank: e(n)

Bij die andere tussenklank ligt het helaas niet zo eenvoudig: -e- of -en-. Hier hoor je niet aan de uitspraak wat het moet zijn, want de meeste mensen spreken de n op het eind van een lettergreep niet uit.  De grondregel is simpel: je schrijft -en- wanneer het eerste deel van de samenstelling een meervoud op -en heeft.

Op grond van deze regel schrijf je in alle samenstellingen met bes een tussenklank -en-, want het meervoud van bes is bessen: bessensap, bessenjam, bessenstruik. Hetzelfde geldt voor alle samenstellingen met het woord hond: hondenbaan, hondenhok, hondensnuit.

Uitzonderingen

Er is echter een flinke maar: de bovenstaande regel geldt voor samenstellingen waarvan het eerste woord niet op een -e eindigt. Voor woorden die eindigen op een -e geldt namelijk:

  • je schrijft -en als het eerste deel van de samenstelling uitsluitend een meervoud op -n heeft. 
    een zieke, twee zieken, dus: ziekenhuis
  • je schrijft -e als het eerste deel van de samenstelling een meervoud op -s heeft (ook al heeft het ook een meervoud op -n).
    een horloge, twee horloges, dus: horlogebandje
    een gemeente, twee gemeentes of gemeenten, dus: gemeentehuis

Het meervoud bepaalt of je wel of geen -n- krijgt. Dat je voor een hordeloop meer dan één horde nodig hebt, speelt geen rol. Het woord krijgt geen tussen-n omdat horde ook een meervoud op -s heeft: horden, hordes. Die overweging geldt ook voor: geboortecijfer, gedachtegang, ladekast.

Bij de volgende woorden krijg je wél -en-, misschien tegen de verwachting in: pannenkoek, paddenstoel, ruggensteun, zielenpiet.

Reageer op dit artikel