blog

Spanning

Geen categorie

Fantasie, spanning en sensatie; ik kan niet zonder. Nu kom ik elke dag hetzelfde malle wagentje tegen: een bolbuikig prehistorisch campertje, met een oude man aan het stuur die met het hoofd in de nek de weg aftuurt. Elke dag, ‘s ochtends en ‘s avonds, rijdt hij me tegemoet, en elke keer heb ik de […]

Spanning

Fantasie, spanning en sensatie; ik kan niet zonder.

Nu kom ik elke dag hetzelfde malle wagentje tegen: een bolbuikig prehistorisch campertje, met een oude man aan het stuur die met het hoofd in de nek de weg aftuurt. Elke dag, ‘s ochtends en ‘s avonds, rijdt hij me tegemoet, en elke keer heb ik de neiging om te zwaaien. Hij is mijn baken, mijn herkenningspunt op ‘onze’ N-weg. Hallo, medeweggebruiker! wil ik dan uitgelaten roepen in een plotselinge opwelling van menslievendheid. Maar hij tuurt altijd strak voor zich uit.

En toen realiseerde ik me plots dat hij mij waarschijnlijk helemaal niet herkent, want ik rijd in een zilvergrijs koekblik waarvan je er dertien in een dozijn hebt en waarin je trouwens meestal bejaarden aantreft. En daar zijn er heel veel van. (Van deze auto’s, maar zeker ook van bejaarden. Maar dit terzijde.) Mijn fantasie gaat dan met mij op de loop. Want wie is deze man, waar gaat hij heen? Wat vervoert hij in die witte rammelbak? Hij zou autoglasschade-expert kunnen zijn, een bollenkweker of archivaris bij de gemeente. Of… een bomontmantelaar in ruste, een patholoog-anatoom of eigenaar van een dierencrematorium.

Nu hou ik van griezelen. Tegelijkertijd ben ik een angsthaas. Dat gaat niet goed samen. Alles is in je hoofd altijd erger. Dat wat je niet ziet, gaat in je hoofd een eigen leven leiden. Kijk ik naar Dexter of The Walking Dead dan schrik ik daarna van elk geluid. Ik zie klauwen in de schaduwen die de maan werpt. Ik hoor opeens vreemde voetstappen op de trap. Daarom zijn de spannende bedrijfsuitjes die Marjo van Lijssel beschrijft in het hoofdartikel van deze maand absoluut niets voor mij. Ik zou al gillend wegrennen bij de briefing. Laat staan dat ik in een horrorbos of verlaten supermarkt helder zou kunnen nadenken om mezelf te redden. Nee, dan ga ik toch liever bowlen en steengrillen.

En die man in dat busje? Tja. Uit pure nieuwsgierigheid ben ik hem vorige week gevolgd. Hij stapte uit in een heel gewone wijk, met heel gewone huizen en keurige voortuinen. Uit de blauw geverfde voordeur stoven twee kinderen die luidkeels ‘opa!’ riepen. Op de een of andere manier viel dat toch even tegen. Maar ik vervolgde mijn weg wel met een glimlach.

Bekijk de inhoud van de aprileditie van Management Support Magazine>

Reageer op dit artikel