checklist

Het voltooid deelwoord (bij regelmatige werkwoorden)

Geen categorie

Twijfel je weleens of je een voltooid deelwoord moet laten eindigen op een –t of juist op een –d?

Hoofdregel

Het is vaak eenvoudiger dan je denkt:

Als je in de verleden tijd een ‘t’ hoort, dan eindigt ook het voltooid deelwoord op een ‘t’.

Als je in de verleden tijd een ‘d’ hoort, dan is ook het voltooid deelwoord op een ‘d’.

Bijvoorbeeld:

 werkwoord

 verleden tijd

 voltooid deelwoord

 wonen

 woonde

 gewoond

 branden

 brandde

 gebrand

 hakken

 hakte

 gehakt

 vissen  

 viste

 gevist

Ezelsbruggetje

Pas als je niet goed weet of er een ‘d’ of een ‘t’ in de verleden tijd klinkt, is het handig gebruik te maken van een ezelsbruggetje: ’t kofschip of ’t fokschaap.

Werkwoorden waarvan de laatste letter van de stam een van de medeklinkers uit ’t kofschip of ’t fokschaap is, krijgen in de verleden tijd en in het voltooid deelwoord een t. Alle andere werkwoorden krijgen een d.

Enkele voorbeelden:

 werkwoord

 stam

 verleden tijd

 voltooid deelwoord

 straffen

 straf

 strafte

 gestraft              

 wensen              

 wens

 wenste

 gewenst

 tikken

 tik

 tikte

 getikt

 maar:

 werkwoord 

 stam

 verleden tijd

 voltooid deelwoord

 gunnen               

 gun

 gunde  

 gegund

 verhuizen

 verhuiz

 verhuisde

 verhuisd

 leven

 lev

 leefde

 geleefd

 Let op:

  • De stam van verhuizen eindigt dus op een –z. Die komt niet voor in ’t kofschip en dus volgt er een ‘d’. (Eigenlijk zou de verleden tijd van verhuizen ‘verhuizde’ moeten zijn, maar ooit is afgesproken dat in het Nederlands een lettergreep niet op een –z mag eindigen.)
  • Hetzelfde geldt voor ‘leven’.

Bij het werkwoord kruisen ligt dit anders: de stam is ‘kruis’, eindigt op een –s, en dus is het:

 werkwoord

 stam

 verleden tijd

 voltooid deelwoord

 kruisen

 kruis

 kruist

 gekruist

  • Het werkwoord faxen:

 werkwoord

 stam

 verleden tijd

 voltooid deelwoord

 faxen

 fax

 faxte

 gefaxt

De stam eindigt op –x: er zou dus eigenlijk een –d moeten komen, maar omdat het bij ’t kofschip om klank gaat, en niet om spelling, moet je de –x zien als –ks, en dan moet er dus wel een –t komen.

Werkwoorden in de verleden en de voltooide tijd
Nederlands: zoek je blinde vlek
Boek: Spelling en taaltips
Training: Spelling en taaltips

Reageer op dit artikel