checklist

Interne tijdverslinders

Persoonlijke ontwikkeling

Vaak blijkt dat de categorie interne tijdverslinders veel groter is in aantal en effect dan de categorie externe tijdverslinders.

Dat is confronterend en misschien niet zo prettig om te ervaren. Maar dat betekent ook dat er iets aan te doen is! Jezelf aanpakken kan elk moment van de dag en je bent hiervoor van niemand afhankelijk.

Geen nee kunnen zeggen

  • Kies zo veel mogelijk uit vrije wil voor de taken waar je voor gevraagd wordt, zeg anders nee.
  • Oefen je in nee zeggen door zinnen voor te bereiden. Zeg bijvoorbeeld: ‘Je overvalt me, mag ik erover nadenken, dan kom ik er morgen op terug.’
  • Zeg opgewekt nee. En realiseer je dat een opgewekt nee ook een opgewekt ja tegen iets anders betekent.
  • Gebruik de driestappenmethode:
  1. ‘Nee, nu niet’, of ‘Ja, ik zal kijken wanneer ik kan.’
  2. Verwoord het gevoel van de ander.
  3. Bied een alternatief aan.

Uitstellen

  • Analyseer je uitsteltechnieken: waarom stel je uit? Heb je vrijwillig gekozen voor die taak? Wat denk je terwijl de taak wacht? Wat voel je? Aan wie ‘lever’ je de taak? Hoe is je relatie met die persoon?
  • Herken het verschil tussen bewust, beredeneerd uitstellen en irrationeel uitstellen, zonder geldige reden.
  • Ken de bewuste en onbewuste motieven bij uitstellen: de grootste zijn angst om te falen en angst voor succes. Soms is er ook sprake van weerstand tegen autoriteit, een laag gevoel van eigenwaarde, passieve agressie, vermijden van verantwoordelijkheid, afhankelijkheid, een conflict en perfectionisme.
  • Ken je emotionele en fysieke symptomen bij uitstellen: piekeren, rusteloosheid, paniek, vluchten in fantasieën, schuld, schaamte, spijt, druk op de maag, misselijkheid en hoofdpijn.
  • Pas hulpmiddelen toe: wat heb je nodig om aan de taak te beginnen en wat heb je nodig van je omgeving?
  1. Verdeel je grote klus in kleinere deelklusjes. Deze stap kost maar tien minuten!
  2. Voeg iets artistieks toe aan het doel dat je zelf leuk vindt, bijvoorbeeld: illustreer een (saai) rapport met een gedicht, toepasselijke spreuk of een cartoon. Geef iedereen bij een presentatie een grappig klein cadeautje dat verband houdt met wat je wilt bereiken.
  3. Denk aan de positieve gevolgen, denk aan de negatieve gevolgen.
  4. Begin bij het leukste onderdeel.
  5. Zet de eierwekker en maak een begin van dertig minuten.
  6. Praat erover met anderen en doe zo mogelijk dingen samen.
  7. Werk door tot de eerste kleine klus af is.

Onrealistisch tijdsbeeld

  • Realiseer je hoe lang ‘even dit, even dat’ duurt.
  • Klok de tijdsduur van regelmatig terugkerende taken.
  • Neem tijd om te overdenken of het goed gaat. Ken jezelf!
  • Probeer twee keer tien minuten per dag te ontspannen. Door de ontspanning vermindert het denken op bètaniveau, vermindert het tunneldenken (het móét af), word je weer creatiever (waarom doe ik dit ook alweer?) en ga je relativeren.

Besluiteloosheid

  • Neem liever een foute beslissing dan geen beslissing.
  • Stel deadlines en neem initiatief.
  • Leer van fouten, dan neemt faalangst af.

Gebrek aan communicatie
Zenden:

  • Breng structuur aan in wat je zegt.
  • Bereid je voor op wat je gaat zeggen.

Ontvangen:

  • Kijk de spreker aan, laat merken dat je luistert.
  • Neem een toegenegen houding aan.
  • Stimuleer door te hummen en te knikken.
  • Laat de ander uitspreken.
  • Vraag door bij onduidelijkheden.
  • Vat samen als bericht van ontvangst, zowel de inhoud als de emotionele (onder)toon.

Discipline

  • Loop zo hard mogelijk van stapel met een nieuwe gewoonte.
  • Sta geen uitzonderingen toe.
  • Begin meteen, nú!
  • Begin met kleine veranderingen. 

Grip op je tijd door meer ruimte in je agenda
Timemanagement: aanpak van tijdvreters
Omgaan met tijdsmisbruikers
Timemanagement: slim omgaan met uw werktijd
Training: Creatief denken, anders denken

Reageer op dit artikel