vraag & antwoord

Hoe herken je een contaminatie?

Taal & Spelling

Een contaminatie is een verkeerde samenvoeging van woorden, ook wel een verhaspeling genoemd. Maar… niet iedere contaminatie is goed te herkennen. Hoe voorkom je fouten en spoor je de verhaspeling op?

Hoe herken je een contaminatie?

Volgens www.onzetaal.nl hebben veel werkwoorden een ‘extra’ voorzetsel om het meer uitdrukkingskracht te geven. Neem het werkwoord afpikken. Bij pikken hebben we allemaal een beeld, bij het werkwoord afpikken is dat beeld meer uitgesproken. Als het toegevoegde voorzetsel het woord meer kracht bijzet, dan is een extra voorzetsel geoorloofd.

Als secretaresse zijnde…

We kennen ook zinsconstructies die contaminaties zijn. Bijvoorbeeld als secretaresse zijnde. Dit is een verhaspeling van als secretaresse en secretaresse zijnde. Ook die doos weegt licht vinden we een contaminatie, namelijk van weegt weinig en is licht. Juist is: de doos is licht en de doos weegt weinig.

Ook onderdeel uitmaken van wordt door velen beschouwd als fout. Het zou een samenvoeging zijn van is een onderdeel van en maakt deel uit van. En tot slot ken je de veelvuldig gebruikte zin Dat kost duur vast ook. Hier is sprake van een verhaspeling van kost veel en is duur. Kortom, contaminaties zitten in onze taal en vele daarvan lijken fout maar zijn het niet (meer). Je kunt dit soort woorden bij twijfel dan ook beter even nachecken.

Zwaar wegen

Als licht wegen een contaminatie is, dan zou je denken dat ook zwaar wegen een verhaspeling is. Dat is maar voor een deel waar. In de letterlijke betekenis moet je inderdaad kiezen voor dat weegt veel of dat is zwaar. Maar zwaar wegen heeft ook een figuurlijke variant. In dat geval is zwaar wegen wel juist. Een paar voorbeelden:

  1. Het welzijn van onze bewoners weegt zwaar bij het bepalen van ons beleid.
  2. Hoe zwaar wegen de kosten bij de keuze voor een nieuwe inrichting?
  3. De laatste loodjes wegen het zwaarst.

Training

Meer weten over spelling en taal? Word ook een Kei in taal met deze training van Judith Winterkamp.

Reageer op dit artikel