artikel

Managementinzicht: vijfkrachtenmodel Porter

Management

Ga je je als assistant richten op een carrière binnen het bedrijf, dan wordt organisatiekunde en managementinzicht een must. De kaders van de organisatie bepalen dan eigenlijk hoe jij je als werknemer kunt richten op jouw werkzaamheden binnen het bedrijf.

Managementinzicht: vijfkrachtenmodel Porter

De juniorfunctie wordt ingeruild voor een mediorfunctie en je doel wordt dan uiteraard om de stap te kunnen maken naar de seniorfunctie binnen het bedrijf.

Hoe steekt een organisatie in elkaar, waar liggen de pijnpunten, hoe is de bedrijfscultuur en wat is de strategie van een onderneming? Belangrijke vragen die eigenlijk de backbone van de organisatie vormen in een steeds sneller ontwikkelende omgeving. Belangrijk voor jou als assistant om dat ook te weten, want de manier waarop de organisatie is ingericht bepaalt in hoge mate weer hoe je tegemoet kunt komen aan de wensen en behoeften van de buitenwereld.

In de training Managementinzicht voor assistants gaat trainer Clarence van der Putte hierop in. In deze serie behandelen we alvast belangrijke modellen uit de organisatiekunde. Hier in deel 2: het vijfkrachtenmodel van Porter.

Het vijfkrachtenmodel van Michael Porter (ontwikkeld in 1979) is hét framework om de competitiviteit van een industrie te bepalen. Hoe competitiever een industrie, hoe minder aantrekkelijk. Het vijfkrachtenmodel bestaat uit 5 verschillende forces (krachten):

  1. Gevaar van nieuwe toetreders
  2. Gevaar van substituten
  3. Onderhandelingskracht van de kopers (klanten)
  4. Onderhandelingskracht van leveranciers
  5. Intensiteit van concurrentie binnen de industrie
Vijfkrachtenmodel Porter

Vijfkrachtenmodel Porter

Kracht 1: Gevaar van nieuwe toetreders

De eerste van de vijf krachten is het gevaar van nieuwe toetreders. Bij dit onderdeel stel je jezelf de vraag of het makkelijk is om de markt te betreden. Zijn er bijvoorbeeld barrières zoals hoge opstartkosten (moet je bijvoorbeeld eerst een hele fabriek bouwen of zijn kosten te voorkomen door te outsourcen), is de markt beschermd door patenten en kunnen kopers makkelijk van leverancier wisselen?

Kracht 2: Gevaar voor substituten

Een substituut is een vervangend product of service. Klanten van bijvoorbeeld een kabelmaatschappij kunnen ervoor kiezen om via de kabel tv te kijken, maar ze kunnen ook voor het substituut Digitenne gaan. Daarnaast kunnen mensen ervoor kiezen om in plaats van tv te kijken te gaan internetten. In dat geval is het internet een substituut voor de tv (en mocht de consument helemaal geen tv meer kijken) zelfs voor de kabelmaatschappij. Als er veel substituten zijn of ontwikkeld kunnen worden, is de industrie minder aantrekkelijk.

Kracht 3: Onderhandelingskracht van de kopers (klanten)

Als er slechts weinig kopers zijn, en veel aanbieders, zo stelt Michael Porter, dan zal de verkopende partij meer moeten concurreren, dus is de markt minder aantrekkelijk. Een voorbeeld van een branche waar de afnemers heel veel macht hebben is de autoindustrie. Er zijn slechts een beperkt aantal producenten van auto’s. De markt is gigantisch, dus mag je als toeleverancier een onderdeel voor een auto leveren, dan betekent dat direct heel veel omzet. Veel toeleveranciers van autofabrikanten zijn compleet afhankelijk van de autofabrikant en hebben dus weinig onderhandelingskracht. Je kunt raden wat dit met de marges van de toeleverancier doet.

Kracht 4: Onderhandelingskracht van de leveranciers

Veel keuze aan leveranciers betekent dat je als bedrijf goedkoper zal kunnen inkopen, maar er zijn ook industrieën waar de leverancier heel veel macht heeft, bijvoorbeeld omdat de leverancier een schaars goed verkoopt. Een voorbeeld hiervan is Intel, die veel marktmacht heeft bij computerproducenten, omdat consumenten graag een Intel processor in hun computer willen hebben. Wil je als bedrijf een markt betreden, waarbij leveranciers veel macht hebben, dan is de markt uiteraard minder aantrekkelijk om te betreden.

Kracht 5: Intensiteit van concurrentie binnen de industrie

Bij het laatste onderdeel van de vijf krachten van Michael Porter ga je kijken naar de directe concurrenten die al op de markt actief zijn. Hier kan je jezelf bijvoorbeeld de volgende vragen stellen:

  • Hoeveel concurrenten zijn er?
  • Hoe groot zijn de concurrenten?
  • Hoe snel groeit de industrie?
  • Hoe is de verhouding vaste kosten t.o.v. variabele kosten?
  • Wat zijn de barrières om je uit de markt terug te trekken?

Zesde kracht

Volgens sommigen zou Michael Porter nog een zesde kracht kunnen toevoegen, en dat is de macht van de overheid, consumenten en belangenverenigingen. De overheid kan natuurlijk veel invloed uitoefenen op een industrie door middel van wet en regelgeving, subsidies of overheidssteun.

De consument heeft veel macht en zou daardoor als zesde kracht toegevoegd kunnen worden, omdat consumenten steeds meer macht hebben. Als een industrie een slechte reputatie heeft, en een bedrijf wil in deze industrie stappen, dan zouden belangenverenigingen hun macht kunnen gebruiken, waardoor een succesvolle start wel eens zou kunnen mislukken.

Bron: Managementgoeroes

Nieuwe serie managementinzicht

Eerder verscheen deel 1: Generic strategies van Michael Porter. In de training Managementinzicht voor assistants leer je uiteindelijk hoe je meer als co-partner/gesprekspartner kunt acteren voor de managers. Datum: 7 september.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels