nieuws

Hoe kan je een ‘burnout’ voorkomen?

Persoonlijke ontwikkeling

Plotselinge benauwdheid, duizelingen, het zweet druipt van je af, hyperventilatie…. De huisarts zegt dat je te veel stress hebt en hij denkt aan een ‘burnout’. Je krijgt het advies het wat rustiger aan te gaan doen. Wat moet je doen?

Na een hyperventilatie-aanval wil je het zelf ook wel wat rustiger aan doen. Maar met het thuis zitten komt het piekeren: misschien kom ik wel in de WAO terecht, of word ik ontslagen.

AFSPRAKEN

Het is belangrijk om met je leidinggevende afspraken te maken over welke werkzaamheden voorrang hebben. Andere taken kunnen eventueel door een collega worden overgenomen. Maak geen lange dagen meer en neem tussen de middag een uur pauze. Daarnaast zijn er een aantal maatregelen die je kunt nemen om uit die neerwaartse spiraal te komen:

  • Zorg voor een goed en regelmatig slaappatroon. Ga niet te laat naar bed. Neem ’s ochtends de tijd om op te starten en doe ’s avonds geen inspannende dingen meer. Rommel een beetje aan. Bij sommigen werkt het goed rustig een blokje om te lopen. Drink niet te veel alcohol (niet meer dan twee à drie glazen).
  • Eet regelmatig en gezond. Een koolhydraatrijk dieet (pasta) verbetert de stemming en het geheugen. Ook in pistachenootjes zit een stofje waardoor je meer ontspannen raakt.
  • Neem de tijd voor wandelen, zwemmen of fitness. Beweeg regelmatig, ook als je moe bent en denkt niets meer te kunnen doen. Bewegen is belangrijk om afvalstoffen af te voeren.
  • Als je je moeilijk kunt ontspannen, maak een afspraak met de huisarts en vraag een doorverwijzing naar een haptonoom of fysiotherapeut.
  • Maak een lijst van 50 leuke dingen en doe minstens een ding daarvan per dag. Maak je activiteiten klein en haalbaar.
  • Neem iedere dag een uurtje rust om tot jezelf te komen. In dat uurtje hoef je niets, je mag doen wat je wilt, je kunt rusten, lezen, een bad nemen, muziek luisteren, of een ontspanningsoefening doen.
  • Stop voor je energie op is. Structureer je dag, met weinig variatie. Doe alles kort, neem rustpauzes, houd je sociale contacten kort. Als je meer energie krijgt, verbruik dat niet door onmiddellijk weer te gaan werken en van alles te moeten. Zorg ervoor dat je vitale reserve toeneemt door extra energie aan dingen te besteden die je leuk vindt.
  • Structureer het piekeren door bijvoorbeeld ’s ochtends te beginnen met een lijstje te maken van alle dingen die je dwars zitten. Stel prioriteiten, maak een actielijst en versnipper het piekerlijstje.
  • Schrijf aan het begin van de avond in een dagboek wat je energie gaf die dag en wat energie vrat. Vermijd de komende dagen energienemers en doe meer met je energiegevers, de dingen die je leuk vindt.
  • Stel alle belangrijke beslissingen uit tot je weer fit bent.

Reageer op dit artikel