vraag & antwoord

Als je niet weet of de achternaam van de geadresseerde Van der of Van de is, mag je dat dan in het adres en in de aanhef afkorten tot v.d.?

Taal en communiceren

Het is beter om het tussenvoegsel niet af te korten. Het tussenvoegsel hoort bij de achternaam en je moet het in een adressering eigenlijk voluit schrijven. Probeer te achterhalen wat het correcte tussenvoegsel is, bijvoorbeeld door contact op te nemen met de persoon zelf of via het telefoonboek. Als je er echt niet achter kunt […]

Het is beter om het tussenvoegsel niet af te korten. Het tussenvoegsel hoort bij de achternaam en je moet het in een adressering eigenlijk voluit schrijven. Probeer te achterhalen wat het correcte tussenvoegsel is, bijvoorbeeld door contact op te nemen met de persoon zelf of via het telefoonboek. Als je er echt niet achter kunt komen kun je het afkorten op een manier die grammaticaal correct is. Dat kan met v.d. wat voor ‘van de’, ‘van der’ en ‘van den’ staat. Om verwarring met een afgekorte voorletter te voorkomen, zet je het in kleine letters. Vergelijk:
De heer V.D. Broek (Vincent D. Broek)
De heer v.d. Broek (Van den Broek, Van der Broek of Van de Broek)

Reageer op dit artikel