vraag & antwoord

Is het ‘Ik wou dat het niet regende’ of ‘Ik wilde dat het niet regende?’

Taal en communiceren

Het mag allebei. Het werkwoord ‘willen’ heeft een erg onregelmatige vervoeging, zowel in de tegenwoordige als in de verleden tijd. ‘Willen’ kun je in de verleden tijd op twee manieren vervoegen:ik wou; wildejij wou; wildehij wou; wildewij wouen; wildenjullie wouen; wildenzij wouen; wilden (let op: de meervoudsvorm ‘wouen’ geldt alleen in de spreektaal. In de […]

Het mag allebei. Het werkwoord ‘willen’ heeft een erg onregelmatige vervoeging, zowel in de tegenwoordige als in de verleden tijd. ‘Willen’ kun je in de verleden tijd op twee manieren vervoegen:
ik wou; wilde
jij wou; wilde
hij wou; wilde
wij wouen; wilden
jullie wouen; wilden
zij wouen; wilden (let op: de meervoudsvorm ‘wouen’ geldt alleen in de spreektaal. In de schrijftaal zet je ‘wilden’).

Reageer op dit artikel