vraag & antwoord

Voorbereiden ‘voor’ of voorbereiden ‘op’?

Taal en communiceren

Sommige werkwoorden hebben vaste voorzetsels. Voorbereiden is zo’n werkwoord. Je bereidt je ‘op’ iets voor. Nooit ‘voor’.Welk voorzetsel je kiest bij voorbereiding ligt ook aan de context van je zin: ‘De voorbereiding van een feest.’ ‘Haar voorbereiding op het examen.’

Sommige werkwoorden hebben vaste voorzetsels. Voorbereiden is zo’n werkwoord. Je bereidt je ‘op’ iets voor. Nooit ‘voor’.
Welk voorzetsel je kiest bij voorbereiding ligt ook aan de context van je zin: ‘De voorbereiding van een feest.’ ‘Haar voorbereiding op het examen.’

Reageer op dit artikel