nieuws

Ontwikkel meer zelfvertrouwen en zelfleiderschap (en f*ck die onzekerheid!)

Persoonlijke ontwikkeling

Heb je dat ook? Dat je iets prima kunt maar het zelf eigenlijk niet gelooft? Altijd bang om door de mand te vallen? Je verkeert in goed gezelschap: ongeveer driekwart van de vrouwen heeft last van dit ‘impostor-syndroom’. Zelfs (on)zekerheidsexpert Vréneli Stadelmaier. Hoe je meer zelfvertrouwen en zelfleiderschap ontwikkelt, vertelt ze op het Management Support Event. In dit interview licht ze alvast een tipje van de sluier op.

Ontwikkel meer zelfvertrouwen en zelfleiderschap (en f*ck die onzekerheid!)
Vréneli Stadelmaier | Foto Marco Okhuizen

Een prachtig diploma bedrijfskunde. Een schitterend samengesteld gezin met vijf kinderen. Een bestseller die de tiende druk heeft beleefd. Een coachingbureau met zestien vestigingen dat al honderden vrouwen van hun onzekerheid af hielp. Jaarlijks vele inspirerende theatercolleges waarmee ze vooral vrouwen de ogen opent. De Joke Smit-prijs, de tweejaarlijkse regeringsprijs voor gendergelijkheid in the pocket.

Een aardige staat van dienst, zou je zeggen. Maar Vréneli Stadelmaier hoort nog steeds geregeld papegaaien in haar hoofd die onzin kwekken. Ze zeggen: ‘Dat kun je vast niet!’, ‘Je zult tekort schieten’, ‘Zo bijzonder is het niet’.

De bakker die oud brood eet, noemt ze dat in haar al door tienduizenden mensen stukgelezen boek F*ck die onzekerheid. Daarin beschrijft ze uitgebreid wat er gebeurt in het hoofd van iemand die bewijsbaar iets kan, maar toch steeds onzeker is of het wel lukt.

Het impostor-syndroom heet dat, het bedriegerscomplex. En dat betekent dus niet dat je echt iemand bedriegt, maar dat je wel heel vaak dat gevoel hebt. Zij dus ook. Want, zo weten we: succes is niet de oplossing. Vréneli: “Sterker: hoe succesvoller je wordt, hoe erger het impostor-syndroom vaak wordt. Hoe hoger je staat, hoe harder je immers door de mand kunt vallen.”

Management Support Event

Management Support Event

Nog steeds op achterstand

Het is geen zeldzaam verschijnsel, dat impostor-syndroom. Het komt ook voor bij mannen, maar meer bij vrouwen: bij zeker zeven op de tien. Volstrekt absurd, vindt de coach en schrijfster, want door de onzekerheid die dat met zich meebrengt, ontzeggen veel mensen zichzelf groeimogelijkheden. Vooral vrouwen kunnen dat niet gebruiken, het is al lastig genoeg om je als vrouw staande te houden op de arbeidsmarkt. En ze hebben er ook nog een aardige achterstand weg te werken.

De geschiedenis heeft ‘ons’ pad wat dat betreft bepaald niet makkelijk gemaakt. In de achttiende eeuw, vertelt Vréneli, was het heel normaal dat de vrouw een ondergeschikte rol had. “Het was een algemeen geaccepteerd idee dat ze niet konden schrijven. Vrouwen, studeren? Parels voor de zwijnen! Ze zijn gemaakt om te baren, te zorgen, koken en poetsen en gastvrouw te spelen. Tot in de jaren vijftig moest een vrouw in overheidsdienst stoppen met werken als ze trouwde.”

Wie denkt dat we nu veel verder zijn, heeft het mis. “Natuurlijk, er zijn stapjes gezet, maar we hebben nog een weg te gaan. Laat ik het eenvoudig samenvatten: wie wordt er gebeld door school als een kind ziek is…? Juist, de moeder. De moeder die in de meeste reclames de luiers verschoont en het potje kookt.”

Wij vrouwen moeten onze expertise en prestaties erkennen en ook opeisen

Met plezier en succes werken

“Toen ik in 1987 afstudeerde, was ik er heilig van overtuigd: mijn generatie gaat de grote ommezwaai meemaken. Wij zullen gelijkwaardig zijn aan mannen, de gelijke verdeling in topfuncties komt eraan. Ik werd steeds bozer toen dat niet aan de hand bleek. Het zal verdorie toch niet waar zijn dat mijn dochter van 23 en mijn bonusdochter van 28 het ook niet gaan meemaken? Onverteerbaar! Dat gevoel van onrecht, dat we nog steeds minderwaardig zijn, tweederangs burgers, dát is mijn drive.”

Haar teleurstelling hierover heeft haar ertoe gezet om een filosofie te ontwikkelen en die breed uit te dragen. In haar coachpraktijk SheConsult verzamelde ze sinds 2007 verhalen om haar visie inzichtelijk te maken, op basis daarvan schreef ze haar boek F*ck die onzekerheid – haar eerste in een reeks die haar missie moeten ondersteunen: “Meer vrouwen aan de top. En voor alle vrouwen: met plezier én met succes werken.”

Typisch vrouwengedrag

Het vervelende is: “Puur omdat je een vrouw bent, word je anders bekeken. Geen boze opzet, niemands schuld: zelfs vrouwen zelf achten mannen competenter voor klassieke mannenrollen. Ook wij voelen toch vaak dat vrouwen beter zijn in zorgen en ondersteunen. Voelen, met nadruk, want er zijn geen bewijzen voor. Vrouwen zijn geen slechtere managers. Sterker, uit de laatste onderzoeken blijkt het tegendeel. Maar vooralsnog moeten we toch harder werken om hetzelfde voor elkaar te krijgen.”

En dan is er ook nog dat typische vrouwengedrag waarmee we onszelf onder mannen plaatsen. Door onszelf kleiner en onbelangrijker te maken dan we zijn. Door verkleinwoordjes te gebruiken.

“Ik hou van voetbal. Tijdens het WK zag ik een uitzending waar een dame van het Nederlands elftal haar zegje mocht doen. Hugo Borst roept: ‘Dat was een waardeloze pass, slecht gespeeld.’ De voetbalster zegt: ‘Ik denk dat hij dat anders had kunnen oplossen, misschien had hij het zo en zo kunnen doen.’

Geen onzin, ze heeft er verstand van, maar doordat ze niet stellig is, juist heel genuanceerd, wordt ze in dat mannengezelschap en ook door de kijker minder serieus genomen. Er wordt niet op haar opmerkingen gereageerd, ze doen net alsof ze niets gezegd heeft. Ze formuleert vrouwelijk: ik denk, misschien. Onzeker, twijfelend. Mannen en ook vrouwen geloven met z’n allen een mannelijke formulering ook meer.”

Laat je niet van de wijs brengen door stemmetjes in je hoofd

Gerdi Verbeet als goed voorbeeld

Belachelijk? Zeker, en dat vindt Vréneli ook. “Mee eens, de wereld moet veranderen. Maar die verandert niet van vandaag op morgen. Het duurt lang om het systeem, om organisaties te veranderen. Mijn idee: in de tussentijd gaan wij vrouwen niet stilzitten, we nemen het heft in eigen handen. We moeten er zelf voor zorgen dat we serieus genomen worden, dat we respect afdwingen. En dat moeten we slim doen, want als je als vrouw de mannelijke manier gebruikt, tja, dan is het ook niet goed, dan ben je een bitch. Ik zeg altijd: doe het als Gerdi Verbeet, kijk goed naar haar. Zij kan de meest onaangename dingen uitermate charmant zeggen. Een schoolvoorbeeld van hoe het moet. Niet voor niks zat zij de Tweede Kamer soeverein voor.”

De zestien vestigingen uit de eerste alinea van dit artikel zijn ook een mooi voorbeeld. Vréneli had dertien coaches voor zich werken op zestien locaties in het land. Ze liegt niet door te zeggen dat ze zestien vestigingen had, ze formuleert het steviger dan de meeste vrouwen zouden doen. “Dat iets goed ging, lag meestal niet aan ‘het toeval’, ‘het team’ of ‘de gunstige omstandigheden’, het lag waarschijnlijk aan jouzelf. Wij vrouwen moeten onze expertise en prestaties erkennen en ook opeisen ten overstaan van de wereld.”

Perfectionisme en vluchtgedrag

De meeste lezers zullen dit waarschijnlijk een spannend idee vinden, beseft Vréneli. “Onder managementondersteuners en ook mensen in hospitality, zo merkte ik laatst tijdens een congres, liggen de verhoudingen sowieso nog aardig klassiek. Ze kiezen meer dan andere vrouwen bewust voor een dienende, servicegerichte rol. Een klassiek vrouwelijke rol, vaak werkend in opdracht van een dominante, zelfverzekerde manager of directeur. De belangrijkste vraag in hun werkzame bestaan – en niet zelden ook in hun privéleven – klinkt zo: hoe kan ik anderen helpen te bereiken wat ze willen bereiken?”

Daar is trouwens helemaal niks mee, benadrukt ze. “Als dat iets is waar je heel blij van wordt en waar je heel goed in bent, is dat prachtig. Een goed voetbalteam bestaat niet alleen uit mensen die makkelijk kunnen scoren, maar ook uit middenvelders, verdedigers en een keeper.” Waar wel iets mis mee is, is het gevoel het eigenlijk nooit goed te doen. En daar hebben ontzettend veel managementassistenten mee te kampen, heeft ze ervaren.

Het zou Vréneli niks verbazen als aan die onzekerheid in veel gevallen het impostor-syndroom ten grondslag ligt. Zeg nou zelf, herken je toevallig een van de twee manieren waarop het impostor-syndroom zich uit? De eerste: extreem hard werken, veel harder en perfectionistischer dan nodig is om je werk gewoon goed te doen (dat geeft een bijna-garantie op een burn-out). De tweede: vluchtgedrag, zo ver mogelijk weg van grote uitdagingen, waardoor je een stijgende lijn in je carrière wel kunt vergeten.

Leg die papegaaien het zwijgen op

Vréneli heeft in haar boek de oorzaken en gevolgen van het impostor-syndroom op een rijtje gezet. En beschreven hoe we af kunnen komen van die in honderden jaren ingesleten gewoontes en gedachtes. Daarover vertelt ze ook in haar inmiddels door duizenden mensen bezochte theatercollege. De belangrijkste tip: laat je niet van de wijs brengen door stemmetjes in je hoofd. ‘Gewoon’ vertrouwen op je professionaliteit, op dat je het kunt. “Het heft in eigen hand nemen. Je niet omver laten praten. Sterk zijn.”

Om dat te kunnen, moet je leren begrijpen waar die papegaaien vandaan komen. Je gedrag leren herkennen en, weten in welke situaties je er last van hebt. En dan volhouden. Want ze laten zich niet zomaar het zwijgen opleggen, weet de specialist. “Ik zou kortgeleden meedoen aan een obstacle run, je weet wel, kilometerslang ploeteren door de modder, over dingen heen, onder dingen door. Ik was topfit en er helemaal klaar voor. Maar ik hoorde ze toch weer, die papegaaien. ‘Hoe gaat dit me lukken? Ik ben niet sterk genoeg! Ik raak vast geblesseerd! Het is zo’n eind rijden, ik ga volgend jaar wel…’

Natuurlijk was het spannend, een beetje eng zelfs, ik had zoiets nog nooit gedaan. Niet raar dus dat ik twijfelde. Maar ik kon het en ik ben niet laf, dus ik heb de discussie in m’n hoofd gestopt en ben gegaan. Met succes, het was geweldig. Sta ik er nu weer eens voor, dan hoop ik dat ik me mijn moed herinner, want die was helemaal van mij en samen met mijn goede training heeft die ervoor gezorgd dat het is gelukt.”

Zelfleiderschap thema van Management Support Event

Vréneli Stadelmaier is keynotespreker en dagvoorzitter van het Management Support Event dat op 15 november plaatsvindt in de Jaarbeurs Utrecht. Het event staat in het teken van zelfleiderschap. Naast Vréneli kun je je laten inspireren door Lucy Brazier (‘Managing up!’) en Roos Woltering (‘Be yourself, be a role model’). Maarten Fijnaut vertelt over zelfsturing op het secretariaat. Verder kun je kiezen uit vele workshops, waaronder ‘OneNote op het secretariaat’, ‘Lenig denken, vergroot je persoonlijke slagkracht’ en ‘Veilig digitaal werken’.

Het impostor-syndroomF*ck die onzekerheid

In haar boek F*ck die onzekerheid beschrijft Vréneli het impostor syndrome, ofwel: bedriegerscomplex; het gevoel dat je niet past in de situatie of rol waarin je zit, omdat je denkt de benodigde competenties te missen. Rationeel weet je dat dit niet zo is, maar je voelt je een bedrieger; je bent bang om door de mand te vallen. Dit complex komt voort uit onzekerheid, die ervoor zorgt dat vrouwen afhaken en de lat óf heel hoog óf heel laag leggen. Vréneli beschrijft de symptomen, oorzaken, gevolgen en wat je eraan kunt doen.
Lees de volledige boekbespreking Help, ik val door de mand!

Reageer op dit artikel