vraag & antwoord

Hen of hun?

Taal & Spelling

Weet jij nog hoe het ook alweer zat met hen en hun of kan je wel een opfrisser gebruiken? Judith Winterkamp legt uit hoe het zit.

Hen of hun?

Laatst zei ik tegen mijn collega: ‘Ik geef hun morgen de stukken. Zij corrigeerde me. Volgens haar is het Ik geef hen morgen de stukken. Eerlijk gezegd, denk ik dat hun in de zin goed is, maar ik kan het helaas niet uitleggen. Wat is de regel?

Je hebt het bij het rechte eind: Ik geef hun morgen de stukken is correct. Hen in deze zin zou verkeerd zijn. Wat zijn de regels ook al weer?

Hen of hun?

Je gebruikt hen in twee gevallen:

  • na een voorzetsel:
    • Wie geeft het cadeau aan hen?
    • Op hen kun je rekenen.
    • Hij heeft zijn vrouw via hen leren kennen.
  • als lijdend voorwerp:
    • Ik zie hen.
    • Hij verraadt hen.
    • Ik mijd hen.

Wanneer gebruik je hun?

  • als meewerkend voorwerp:
    • Zij geeft hun goede raad.
    • De tranen sprongen hun in de ogen.
    • Hij praat hun veel te veel.

Lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp

Misschien moet je je grammatica even opfrissen? Het lijdend voorwerp vind je door de vraag: wie/wat + onderwerp + gezegde. Dus: Ik mijd hen vraag: wie mijd ik? antwoord: hen. Hen is dus het lijdend voorwerp en daarom goed in deze zin.

Het meewerkend voorwerp herken je doordat er aan of voor voor staat. En als het er niet voor staat, dan kun je het ervoor zetten. Zij geeft hun goede raad Zij geeft aan hun/hen goede raad. Het meewerkend voorwerp is dus hun. Let nu goed op: laat je aan in de zin staan, dan komt erna het woord hen; laat je aan achterwege dan is hun correct.

Aan/voor

Wil je snel achterhalen of hun correct is, zet er dan in gedachten aan of voor voor. Kan dat, dan is het zinsdeel het meewerkend voorwerp en is hun correct. Kan het niet of kan het wel maar verandert de betekenis, dan is hen juist. Voorbeeld: Ik geef het hun is een correcte zin omdat je in gedachte ‘aan’ voor hun kan zetten. Het is dus alleen een testje. Laat je aan staan, dan wordt het hen: Ik geef het aan hen.

Twijfel je nog? Geen probleem. Je kunt hen en hun in teksten die niet zo formeel zijn vervangen door ze. Dat geldt dus voor het lijdend voorwerp (hen) en voor het meewerkend voorwerp (hun). Een paar voorbeelden:

    • Ik zie hen/ze.
    • Hij verraadt hen/ze.
    • Ik mijd hen/ze.
    • Zij geeft hun/ze goed advies.
    • Hij praat hun/ze veel te veel.

Hun kan ook een bezittelijk voornaamwoord zijn: hun huis, hun verslag. Over deze hun gaat het niet in dit advies.

En tot slot nog dit. Je hoort vaak mensen hun als onderwerp gebruiken. Een voorbeeld is: hun hebben een heerlijke vakantie gehad. Dit is niet goed. Hun kan nooit het onderwerp zijn. Je gebruikt dan zij. Dus: Zij hebben een heerlijke vakantie gehad.

Tip

Judith Winterkamp geeft voor Management Support regelmatig taaltrainingen. Haar eerstvolgende training Kei in taal vindt plaats op 29 september in Utrecht.

Reageer op dit artikel