vraag & antwoord

Je of jij en we of wij?

Taal & Spelling

Het zijn vaak de kleine woordjes in onze taal die tot lastige vragen leiden. Mag je bijvoorbeeld je gebruiken in plaats van jij en we in plaats van wij of is dat niet netjes? Je in plaats van jij en we in plaats van wij is niet per se fout. Als onderwerpsvorm kun je de […]

Je of jij en we of wij?

Het zijn vaak de kleine woordjes in onze taal die tot lastige vragen leiden. Mag je bijvoorbeeld je gebruiken in plaats van jij en we in plaats van wij of is dat niet netjes?

Je in plaats van jij en we in plaats van wij is niet per se fout. Als onderwerpsvorm kun je de volle vorm jij en de gereduceerde vorm je namelijk meestal door elkaar gebruiken. Kijk maar:

  • Dat heb jij/je al twee keer gevraagd.
  • Wij/we gaan buiten de deur lunchen.

Je of jij en we of wij?

Veel zakelijke schrijvers geven de voorkeur aan jij en wij in een mail of brief omdat het ‘netter’ overkomt. Zelfs voor mensen met een voorkeur voor jij en wij is het soms natuurlijker om toch je of we te schrijven, bijvoorbeeld in de tekst:

Vanochtend hebben wij elkaar gesproken over … Je vroeg met onze afspraken in een mail te bevestigen. In dit mailtje vind je ze op een rij.

In dit stukje kun je wij zonder problemen vervangen door we. De tekst wordt er niet minder van. Hooguit iets minder zakelijk. Op de plaats van je kun je jij zetten, maar dan wordt de toon anders, minder natuurlijk:

Vanochtend hebben wij elkaar gesproken over … Jij vroeg me onze afspraken in een mail te bevestigen. In dit mailtje vind jij ze op een rij.

Je kunt overigens ook de volle en gereduceerde vormen je/jou en je/jouw door elkaar gebruiken. Kijk maar naar de volgende zinnen:

  • Ik zag je/jou vanochtend op het station.
  • Ik zag je/jouw zus vanochtend op het station.

Overzicht van de vormen

Op www.onzetaal.nl staat een duidelijk overzicht van de volle vormen en de gereduceerde vormen van de voornaamwoorden:

Eerste persoon (ev.)
Volle vorm: ik, mij, mijn
Gereduceerde vorm: ‘k, me, m’n

Tweede persoon (ev.)
Volle vorm: jij, jou, jouw
Gereduceerde vorm: je, je, je

Derde persoon (ev.)
Volle vorm: hij, hem, zijn, zij, haar, het
Gereduceerde vorm: ie/die, ‘m, z’n, ze, ‘r/d’r/ze, ‘t

Eerste persoon (mv.)
Volle vorm: wij
Gereduceerde vorm: we

Tweede persoon (mv.)
Volle vorm: jullie
Gereduceerde vorm: je

Derde persoon (mv.)
Volle vorm, zij, hun/hen
Gereduceerde vorm: ze, ‘r/d’r/ze

Reageer op dit artikel