Wanneer komt er een t achter het werkwoord?

Bij het vervoegen van een werkwoord neem je altijd de stam: onthouden – onthoud.Je/jij/hij/zij/het krijgen een -t in de vervoeging. Maar: je zet een -t achter de stam van het werkwoord als je ‘je/jij’ ervoor zet: ‘je onthoudt’.Je schrijft geen -t als ‘je/jij’ erachter komt: onthoud je?Een truc om te horen of er wel of geen

Dit vind je misschien ook interessant