Wanneer gebruik je ‘jou’ en wanneer ‘jouw’?

‘Jou’ of ‘je’ is een persoonlijk voornaamwoord. Voorbeelden: Ik geef het aan jou Ik vind jou aardig Hij stemt op jou ‘Jouw’ is een bezittelijk voornaamwoord. Je gebruikt ‘jouw’ (of ‘je’) als er een zelfstandig naamwoord op volgt. Voorbeelden: Het is jouw boek Wat staat er in jouw notulen? Wat is jouw mening?

Dit vind je misschien ook interessant