checklist

Smalltalk: een gesprek beginnen

Taal en communiceren

Wees niet bang voor open deuren.

Je hoeft namelijk niet iets bijster origineels of belangrijks te zeggen. Gebruik gewoon een ‘ijsbreker’ of ‘binnenkomer’. Het weer, de drukte op de weg of gemeenschappelijke collega’s/relaties zijn altijd dankbare onderwerpen.

Verzin thuis alvast wat zinnen die bij de situatie passen.
Bereid je op de situatie voor (borrel, receptie, vergadering) door wat toepasselijke zinnen te bedenken. Bijvoorbeeld:
– ‘Wat een leuk cadeau heeft u aan de jubilaris gegeven. Waar heeft u dat vandaan?’
– ‘Hallo, ik ben… Wat is uw relatie tot het feestvarken?’
– ‘Goedemiddag, u bent de enige die ik nog niet ken. Bent u de collega van Jan?’

Let op dingen die je als aanknopingspunt kunt gebruiken.
Heeft je gesprekspartner iets bijzonders bij zich? Lijkt hij op iemand die je kent? Is hij links- of rechtshandig? Heeft hij een accent? Dan kun je dit als aanknopingspunt voor het gesprek gebruiken. Of gebruik je omgeving: het gebouw of de drukte op de uitvalswegen.

Schud de ander de hand en vraag naar zijn naam.
Probeer de naam vervolgens ook te onthouden en spreek hem/haar aan met de naam. Dat maakt het persoonlijker.

Doe niet alsof je de ander herkent als dat niet zo is.
Ga niet toneelspelen want vroeg of laat val je door de mand.

(bewerkt naar bron: Smalltalk)

Smalltalk: een gesprek voortzetten
Smalltalk: een gesprek beëindigen
Gesprekstechnieken: luisteren
Visitekaartjes uitwisselen
Emotionele intelligentie
Boek: Lichaamstaal
Training: Gespreksvaardigheden

Reageer op dit artikel