checklist

Tien tips voor webschrijven

Taal en communiceren

1. Zet de lezer op 1

Ga bij het schrijven uit van de lezer: wat wil hij lezen of hebben? En niet van wat jij wilt vertellen of aanbieden. Hou altijd dat perspectief voor ogen: wat zou ik willen weten als ik hier kwam kijken? Heb je nog geen duidelijk beeld van je bezoeker, probeer dat dan te vormen. Je kunt een ‘persona’ of ‘ijkpersoon’ aanhouden: carrièrevrouw Hélène van 38, webshoppende Sharina van 24, of de gepensioneerde Gert (golfer met camper) en Dorien (tuingek met twee honden). Dan weet je voor wie je het doet.

2. Begin met het belangrijkste
Hoe leest iemand jouw webtekst? Een reëel antwoord is: nauwelijks. Hij scant de tekst en ziet alleen wat opvalt: de kop, de intro, tussenkopjes, een illustratie. Boeit dat hem niet, dan is hij weg. Zet het belangrijkste dus altijd bovenaan. Voor de tekst als geheel betekent dat: kies een goede kop, waarmee je je lezer genoeg informeert of prikkelt. En zet de essentie van wat je wilt zeggen vervolgens meteen in de eerste zin, al dan niet als intro. Denk aan hoe nieuwsberichten op internet, op teletekst of in het radionieuws in elkaar zitten.

3. Schrijf toegankelijk
Schrijf zoals je iemand in een winkel of een bezoeker op je werk zou aanspreken: beleefd, maar wel helder, direct en niet formeel. Een webtekst bevat meer spreektaal dan schrijftaal. Dus: niet te lange zinnen, geen ingewikkelde woorden, en af en toe een onvolledige zin. Dat die stijl werkt, merk je als je de tekst voorleest. Nette spreektaal klinkt veel natuurlijker dan schrijftaal. Wil je uitproberen of wat je geschreven hebt prettig overkomt, lees het dan eens aan iemand voor, of laat iemand anders de tekst aan jou voorlezen. Je merkt dan vanzelf welke passages niet soepel klinken.

4. Schrijf persoonlijk
Je bereikt het meeste effect als je je lezer persoonlijk aanspreekt. Gebruik dus gerust u of jij: ‘Moderniseer je eigen cv bij onze stand!’ Dat werkt een stuk beter dan ‘Op de beurs wordt getoond hoe een modern cv eruitziet.’ Dat brengt automatisch met zich mee dat je jezelf ook als menselijk presenteert. Je praat over je organisatie met wij en ons: ‘Wij staan elke dag tot tien uur ’s avonds voor u klaar.’

5. Schrijf positief
Geschreven taal kan behoorlijk streng en stellig overkomen. Er zijn voorbeelden te over van mailwisselingen die uit de hand liepen doordat de toon van berichten te negatief werd opgevat. Omdat je ook in webteksten mensen aanspreekt – zie hierboven – moet je steeds een stuk liever en vriendelijker schrijven dan je van nature zou doen. Het verbetert de sfeer op je site en het stemt de lezer gunstig. Bedenk ook dat je problemen positief kunt benaderen door de oplossing te benadrukken: ‘De verbouwing schiet al op!’ in plaats van ‘Excuses voor de overlast’, of ‘Nieuwe prijzen, nog betere service!’ in plaats van ‘Prijsverhoging per 1 oktober’. Er zijn trouwens wel uitzonderingen. Soms kun je iemand juist activeren door iets ongewenst op te roepen en meteen een oplossing aan te reiken: ‘De eindeloze wachtrijen zat? Neem een FastPass!’

6. Schrijf sturend
Waarschijnlijk wil je meer dan alleen je lezer ergens over informeren. Je wilt ook iets gedaan krijgen: mensen iets verkopen, lid maken, zich laten inschrijven, contact met je laten opnemen. Daarvoor kun je het gedrag van je bezoeker sturen. Denk aan zijn behoeften en emoties. De middelen die je kunt inzetten, zijn legio – bijvoorbeeld sturende zinnen (gebiedende wijs), prettige woorden (lekker, gratis, snel) en door de ‘winst’ voor de bezoeker te benadrukken.

7. Bied de lezer houvast
Hoe goed je stijl en de opbouw van de tekst ook zijn, de lezer heeft er geen zin in als zijn ogen niet ergens aan kunnen ‘vasthaken’. Daar kun je tal van trucs voor gebruiken:
– Zorg dat alle koppen goed zijn: duidelijk, voor de hand liggend, niet te lang.
– Is de tekst langer dan twee alinea’s? Gebruik duidelijke tussenkopjes.
– Maak gebruik van lijstjes en opsommingen.
– Expliciteer het verband tussen zinnen door signaalwoorden te gebruiken: daarom, bovendien, vervolgens, maar, zo, tot slot, enzovoort.
– Zet getallen in cijfers: die vallen meer op.
– Benadruk een paar belangrijke woorden door ze vet te maken.
– Breng zichtbare links aan naar andere pagina’s op je site.

8. Maak de tekst leesbaar
Pas op: er zijn twee soorten ‘leesbaar’! Om de tips hierboven te laten werken, moet de tekst ook aangenaam zijn voor het oog. De letters moeten niet te klein zijn, de tekstregels niet te breed. En het leest een stuk lekkerder als het beeld rustig is: voldoende witruimte, weinig variatie in tekstgrootte en -kleur, en niet allemaal bewegend of schreeuwerig beeld eromheen.

9. Maak langere teksten behapbaar
Er is geen absoluut verbod op langere teksten. Hoewel de gemiddelde webtekst kort is – de bezoeker wil even gauw een antwoord op een vraag of een indruk van een product – wordt er steeds vaker ‘echt gelezen’ vanaf een beeldscherm, zoals een tablet. Denk aan nieuwssites of populaire blogs. Een langere webtekst moet natuurlijk wel goed en prettig leesbaar zijn. Maak er daarom hapklare brokken van: zorg voor een overzichtelijke indeling, met korte alinea’s, voldoende tussenkopjes (allebei ‘overdrevener’ dan op papier) en eventueel links, kaders, illustraties of video’s. Zo schrik je je lezer niet af met een massief blok letters. Tip 7 en 8 zijn bij langere webteksten nog belangrijker dan bij korte.

10. Schrijf foutloos
Een tekst met spelfouten, tikfouten of andere slordigheden komt onverzorgd over. Veel lezers merken dat bewust of onbewust, en dat heeft natuurlijk invloed op de indruk die ze van een bedrijf of instantie krijgen. Beschouw een webtekst niet als iets vluchtigs, maar besteed er evenveel zorg aan als aan iets wat gedrukt wordt. Voor de meeste mensen is de website inmiddels hét visitekaartje van een organisatie! Wie zijn teksten goed verzorgd verzorgt, komt betrouwbaar en deskundig over. Een organisatie met een foutloze site heeft blijkbaar oog voor detail en investeert in kwaliteit. Twijfel je over je eigen teksten? Laat ze even liggen en lees ze nog eens door voordat je ze publiceert. Of beter nog: laat iemand anders ernaar kijken.

Verdieping
Eerste hulp bij taalkwesties [boek]


Reageer op dit artikel