checklist

De impact van je woordkeuze

Taal en communiceren

Zo krijg je wél aandacht

Wil je meer impact hebben als je spreekt? Wil je meer draagvlak voor je plannen? Wil je geloofwaardiger overkomen? Lees dan in dit artikel wat je wél en juist niet moet doen.

Don’ts

Overbodige woorden gebruiken

Overbodige woorden ontkrachten je boodschap in plaats van dat ze deze versterken. Wanneer je je onzeker voelt gebruik je meer van deze taalontkrachters. Er is dan meer woordenbrij en je bent minder to the point. Zeg niet: ‘Ik zat laatst te denken dat het wellicht een idee is als we die nieuwe locatie gewoon eens ik weet niet uitproberen of zo?’ Maar: ‘Laten we die nieuwe locatie morgen gebruiken en evalueren.’

Ontmoedigen

Ontmoedig je luisteraars niet door je bij voorbaat al ‘in te dekken’. Je wekt weinig interesse en vertrouwen bij je collega’s door te zeggen: ‘Ik heb het niet zo goed voorbereid, maar ik ga het toch proberen’ of ‘Het is misschien een gek idee, maar:…’ Een deel van je collega’s haakt dan al af. Je benadrukt je onzekerheid over wat je gaat zeggen. Het woord ‘proberen’ heeft een kans van falen in zich: het lukt of het lukt niet.

Onhandige woorden gebruiken

Het woord ‘maar’ is bijvoorbeeld een onhandig woord. ‘Mooie accommodatie maar jammer van de hoge kosten.’ ‘Je doet je werk goed, maar je zou beter kunnen communiceren.’ Alles wat vóór de komma staat vervalt wanneer je ‘maar’ gebruikt. Wil je een positieve boodschap overbrengen, eindig dan met het positieve deel: ‘Jammer van de hoge kosten, maar mooie accommodatie.’ ‘Je zou beter kunnen communiceren, maar je doet je werk goed.’ Andere onhandige woorden zijn bijvoorbeeld stopwoorden als ‘ik bedoel’, ‘weet je’, ‘snap je’, ‘ik zal maar zeggen’. Kijk ook eens in het lijstje hieronder.

‘Gevaarlijke’ woorden gebruiken

Het woord ‘waarom’ bijvoorbeeld kan ervoor zorgen dat de ander dichtklapt of zich ter verantwoording geroepen voelt, alsof hij wordt ‘aangevallen’ en moet uitleggen ‘waarom’ hij iets doet, of niet doet. ‘Waarom’ zorgt ervoor dat iemand iets gaat vertellen op overtuigingsniveau, en dat is heel persoonlijk, het is de plek van meningen, waarden en normen.

Do’s

Formuleer actief en concreet

Dan zet je je taalgebruik kracht bij. Eindig met het deel van de zin waarvan je wilt dat hij blijft hangen. Het woord ‘maar’ zorgt voor denken in belemmeringen. De ander kan weerstand of tegenwerking voelen. Gebruik liever ‘ja en’ dan ‘ja maar’. Dit geeft blijk van denken in mogelijkheden.

Gebruik krachtwoorden

Dan kom je zelfverzekerd en krachtig over, ze helpen je om beter voor de dag te komen en hebben te maken met doelgericht en actiegericht werken en denken in mogelijkheden.
Bijvoorbeeld: uitdaging – direct – kunnen – doen – kans – situatie – meteen – lef – resultaat – willen – kracht – passie – beslissen – absoluut – makkelijk – ja – volledig – zeker – sterk – enthousiast – nu – doel – stevig – gaan – actie – oplossing – geheel – zuiver – groei – geweldig – bewust – doelgericht – positief – advies

Gebruik toverwoorden

Dit zijn woorden waardoor de ander iets voor jou wil gaan doen. Je vangt er de aandacht mee en je betrekt anderen bij je vraag of voorstel. Drie toverwoorden zijn: hulp, mening en advies. Betrokkenheid en aandacht krijg je met de vraag: ‘Kun je mij helpen met het beoordelen van deze locatie?’ of ‘Ik ben benieuwd naar jouw mening/advies’. In een vergadering trek je dus meer aandacht door te zeggen: ‘Ik heb een idee en ik ben benieuwd naar jullie mening hierover.’

Taalontkrachters

een beetje – zeg maar – enzo – geprobeerd – volgens mij – nou ja – als het goed is – we moeten ervoor zorgen dat – ik ga ervan uit dat – het lijkt me goed om – zo concreet mogelijk – eigenlijk – misschien – in principe – eventueel – zal ik maar zeggen – bij wijze van spreken – op den duur – wellicht – als het ware

Verander je afdeling met complimenten
Houd je taal schoon
Zorg dat je gehoord wordt
10 tips voor webschrijven
Inspelen! Improviserend communiceren [boek]
Tactvol communiceren [training]

Reageer op dit artikel