checklist

Hulp aan een gepeste collega

Taal en communiceren

Direct

:
Spreek je pestende collega aan op zijn gedrag. Zeg dat hij zichzelf daarmee in een slecht daglicht stelt. Pesters denken met hun gedrag aanzien in de groep te verwerven. Als ze dat niet krijgen, is dat een reden om op te houden.

Zeg bijvoorbeeld:

“Ik vond dat helemaal niet om te lachen. Vond je dat nou echt leuk of zit je Marieke alleen maar te jennen?”, of:“Nou, als jij op zo’n manier met collega’s denkt om te kunnen gaan, dan moet ik je vragen om uit mijn buurt te blijven.”

Vind je dat je je hiermee te kwetsbaar opstelt, dan kun je ook indirect je afkeuring laten blijken.

Indirect:

  • Lach niet mee als de pester je collega belachelijk maakt.
  • Loop weg zodra de pester aan het roddelen slaat.
  • Ga naast je collega staan als de pester weer bezig is.
  • Laat blijken dat je je gepeste collega waardeert. Haal eens koffie of deel je gebakje, als je collega weer eens is overgeslagen.
  • Bied je gepeste collega hulp aan. Zelfs als er niets is wat je kunt doen, is het aanbod zelf al een steunbetuiging.

Zeg bijvoorbeeld:

“Is er iets wat ik voor je kan doen?”, of:“Zal ik met je meelopen?”

Spoor je collega’s aan om eveneens te laten merken dat ze het pesten afkeuren.

Zeg bijvoorbeeld:

“Vind jij ook niet dat Elises gedrag alle perken te buiten gaat? Ik vind dat we er wat van moeten zeggen.”

Stel de leiding op de hoogte van het pesten en dring aan op maatregelen.

Zeg bijvoorbeeld:

“Peter, wij storen ons al een tijdje aan Elise, die er een sport van maakt om Marieke te pesten. Het werkt verstorend op de afdeling en zorgt ervoor dat er minder werk uit onze handen komt. Dat vinden wij heel vervelend en we willen graag dat daar verandering in komt. Wij vragen de directie om in te grijpen.”

Als jij samen met je collega’s laat blijken dat je niet van het pesten gediend bent, houdt je pestende collega vanzelf op. Hij/zij isoleert zichzelf dan namelijk met zijn pestgedrag.

 

Reageer op dit artikel