vraag & antwoord

Ik twijfel altijd of ik hen of hun in de zin moet gebruiken. Ik weet dat er regels voor zijn, maar die vergeet ik steeds. Kun je die nog een keer op een rijtje zetten? Veel mensen hebben moeite met hen en hun. Dat is niet verwonderlijk, omdat het een geforceerde regel is. Ooit is […]

Ik twijfel altijd of ik hen of hun in de zin moet gebruiken. Ik weet dat er regels voor zijn, maar die vergeet ik steeds. Kun je die nog een keer op een rijtje zetten?

Veel mensen hebben moeite met hen en hun. Dat is niet verwonderlijk, omdat het een geforceerde regel is. Ooit is hij bedacht omdat een taal nu eenmaal regels, een grammatica, moet hebben. Het is dus niet vreemd dat je even moet nadenken voordat je weet wat correct is. Veel lezers storen zich eraan als je zondigt tegen deze regel. Let bij hen en hun dus extra goed op. Je gebruikt hen in de zin ná een voorzetsel. Schrijf daarom Ik geef aan hen de notulen of Wie zijn na hen binnengekomen? Verder krijg je hen als het de functie van lijdend voorwerp in de zin heeft. Tijd voor een opfris grammatica. Het lijdend voorwerp in de zin vind je door jezelf de vraag te stellen wie of wat + onderwerp + gezegde. In de zin Ik geef Kees een boek is ik het onderwerp. Het werkwoord geef is het gezegde. Stel jezelf vervolgens de vraag Wat geef ik? Het antwoord is een boek. Een boek is het lijdend voorwerp.
In de zin Zij heeft hen gezien is zij het onderwerp. Heeft gezien is het gezegde. Zo ontstaat de vraag Wie heeft zij gezien? Het antwoord is hen. In deze zin is hen dus het lijdend voorwerp. Daarom moet het zijn Zij heeft hen gezien.

Reageer op dit artikel