vraag & antwoord

‘Zowel mijn collega als mijn leidinggevende is ziek’, of ‘Zowel mijn collega als mijn leidinggevende zijn ziek’. Hierover zijn de meningen bij ons op de afdeling verdeeld. Niet over het feit dat de personen in kwestie ziek zijn, maar over de vraag of het is: zijn ziek, of is ziek. Help. Het meervoud gebruik je wél […]

‘Zowel mijn collega als mijn leidinggevende is ziek’, of ‘Zowel mijn collega als mijn leidinggevende zijn ziek’.

Hierover zijn de meningen bij ons op de afdeling verdeeld. Niet over het feit dat de personen in kwestie ziek zijn, maar over de vraag of het is: zijn ziek, of is ziek. Help.

Het meervoud gebruik je wél als de onderwerpen een verschillende persoonsvorm hebben: mijn collega is ziek, ik ben ziek. In dat geval zeg je: Zowel mijn collega als ik zijn ziek.

Ook krijg je een meervoud als een van de delen meervoudig is: Zowel mijn collega’s als mijn leidinggevende zijn ziek.

Overigens komt het enkelvoud in spreektaal wél voor: Zowel mijn collega als mijn leidinggevende is ziek.

Verdieping
Kei in taal [training]

Reageer op dit artikel