vraag & antwoord

Hoe voorkom je miscommunicatie met je collega’s?

Taal en communiceren

De collegiale band is lang niet altijd rozengeur en maneschijn. Om onbegrip of gefrustreerd tandengeknars te voorkomen, mag er in de communicatie met collega’s veel meer verdieping en aandacht. Hoe doe je dat? Trainer Mariëlle Willems legt uit.

Hoe voorkom je miscommunicatie met je collega’s?

Communiceren we met z’n allen dan zo slecht?

“Nee, iets hoeft niet slecht te zijn om beter te worden. Wat je doet, doe je al goed. Ik leer zelf ook elke dag. Ik ben oprecht geïnteresseerd in mensen. Als je dat kunt ontwikkelen, naar eigen kunnen, dan gebeurt er iets. Wat wil je dat klanten ervaren? Of je nu werkt op een accountantskantoor, ministerie, prikpoli, in een ziekenhuis, stadion of restaurant. Wat kun jij dan doen om dat te bereiken? Dat heeft te maken met bewustwording. En trots. Het besef dat jij ertoe doet. Je bent een belangrijke spil. Wat jij doet, kan mijn dag maken.”

Hoe pas je je communicatie dan aan?

“Door eens een andere vraag te stellen. Daarmee kun je het verschil maken. En het is leuker voor jezelf ook. Bijvoorbeeld in een restaurant. De vraag die je standaard krijg als ze het bord bij je weghalen is: ‘Heeft het gesmaakt?’ of ‘Is alles naar wens?’ Dat kan ook anders, bijvoorbeeld: ‘Hoe was de vis?’ Dan heb je contact. Je maakt veel meer verbinding door eens anders te communiceren, te verrassen. Je hoeft hiervoor echt niet een extreem enthousiast of extravert persoon te zijn. Hoe kun jij van goed naar geweldig? Wat je doet, doe je al goed, maar je kunt iets toevoegen dat het voor jezelf geweldig maakt, en voor de klant.”

Wat is een veelgemaakte fout?

“De sukkelwoorden. Deze woorden kunnen ervoor zorgen dat je iemand tegen de haren instrijkt. Ik vind het woord ‘personeel’ een zwak woord. Ik hou meer van het woord ‘medewerkers’. We hebben fijne medewerkers. Klinkt stukken beter. Ik heb een hekel aan het woord ‘probleem’. Je kunt zeggen: ‘Geen probleem!’ Maar… stel dat je in plaats daarvan ‘Prima!’ zegt. Dan vermijd je dat ‘probleemwoord’. Ook zo een: ‘Heb je die uitnodigingen al verzonden?’ Daar zit een verkapt oordeel in. Dat zit ‘m in dat woordje ‘al’. Je kunt er namelijk achter plakken ‘sukkel’: ‘Heb je de uitnodigingen al verzonden, sukkel?’ Daar roep je, onbedoeld, weerstand mee op.”

Wat is de oplossing voor deze miscommunicatie?

“Beter zou zijn: ‘Hoe staat het met de uitnodigingen? Heb je hulp nodig?’ of ‘We zouden vandaag X doen, hoe staat het daarmee? Gaat het je lukken?’ Hoogstwaarschijnlijk schiet je collega anders in de verdediging. Die weet heus wel dat die klus af moet, maar wat de reden ook is, blijven hangen in emoties als schaamte, negativiteit of verdediging helpt niet. Als je in die emotie gaat zitten, sta je stil. Als je simpelweg vraagt ‘Wat heb je nodig om het te laten lukken?’ dán denk je samen na over een oplossing.”

Waarom is dit zo lastig?

“Eigenlijk leren we niet echt dingen uit te spreken naar elkaar, of echt te discussiëren zonder dat we in de verdediging schieten of boos worden. Vaak laten we het borrelen tot het er in één keer disproportioneel uitkomt. Terwijl we wél voortdurend horen: heb een mening, sta ergens voor, durf je uit te spreken, zeg het gewoon. Maar meestal houden we ons commentaar voor ons en zeggen we het ná de vergadering in de toiletten. We spreken óver mensen, in plaats van mét hen. Wat we ook vaak doen: aannames doen. Die collega met zijn armen over elkaar is niet geïnteresseerd. Terwijl hij gewoon lekker zit en luistert. Doe geen aannames en heb je oordeel niet zo snel klaar. Durf gewoon te vragen.”

Mariëlle Willems geeft tijdens de workshopdagen op 12, 13 en 14 april de workshop Effectiever en efficiënter samenwerken met The Big Nine, waarin ze je leert met alle persoonstypes goed te kunnen communiceren. 

Effectiever en efficiënter samenwerken met The Big Nine [workshop]

Reageer op dit artikel