vraag & antwoord

Kun jij deze 10 woorden goed spellen?

Taal en communiceren

Kun jij deze 10 woorden goed spellen?

Het woordje ‘oud’ komt in allerlei vormen en maten in onze taal voor. De ene keer schrijf je het vast aan een ander woord, de andere keer krijgt het een streepje. Trainer Judith Winterkamp legt de regels uit en test meteen jouw kennis.

Vraag van een lezer: “In een rapport van mijn manager staat het woord oudzeer. Mijn spellingchecker zegt dat het zo verkeerd geschreven is. Klopt dat?”

Ik kan me voorstellen dat jouw manager oudzeer als een woord ervaart. We schrijven tenslotte ook oudroze en oudtante. Toch is het niet juist; de correcte spelling is oud zeer. Het woord oud is namelijk een bijvoeglijk naamwoord bij zeer. Oud zegt immers iets over zeer, namelijk dat het verdriet langere tijd geleden is ontstaan.

Nog een vraag: “Ik moet een mail schrijven aan onze oud leerlingen, oudleerlingen of oud-leerlingen. Maar hoe moet ik dat woord schrijven?”

Als oud de betekenis van ‘voormalig’ heeft en het komt voor een persoonsaanduiding te staan, dan moet je een streepje zetten tussen oud en die persoonsaanduiding. De enige juiste schrijfwijze is dus oud-leerlingen. Maak je met oud-leerlingen een nieuwe samenstelling, dan blijft het streepje staan: oud-leerlingenraad en oud-wielrennersploeg.

Dat geldt niet voor het woord oudpapieractie. Oud moet in deze samenstelling direct vast aan het woord dat erop volgt. In dit geval papier. We hebben het hier namelijk over ‘lange’ samenstellingen. Je schrijft deze samenstellingen helemaal aan elkaar als het eerste deel van deze samenstelling, in dit geval oud, alleen slaat op het eerste deel van de rest van het woord. In dit geval is dat papier. Oud zegt iets van papier en niet van het hele woord. Daarom moet je oudpapieractie helemaal aan elkaar schrijven.

Wat is volgens jou juist: oudedameshoed of oude dameshoed? Het grappige is dat beide vormen goed zijn, afhankelijk van de betekenis. Bedoel je ‘hoed voor oude dames’, dan is oudedameshoed de juiste vorm. Bedoel je ‘dameshoed die oud is’, dan schrijf je oude dameshoed. Oud zegt dan immers iets over het hele woord dat erop volgt, dameshoed. In oudedameshoed zegt oude alleen iets van het eerste deel dat erop volgt, namelijk dames.

Taaltest

Wat is de juiste spelling? De juiste antwoorden staan onderaan, niet meteen spieken!

  1. oud-collega, oudcollega, oud collega
  2. Oudjaar of oud jaar
  3. Oudnederlands, Oud-nederlands, Oud-Nederlands, Oud Nederlands
  4. oudfractievoorzitter, oud-fractievoorzitter, oud fractievoorzitter
  5. oudNederlandse versjes, oud Nederlandse versjes, oud-Nederlandse versjes
  6. oud gediende, oudgediende, oud-gediende
  7. oudpapierophaalploeg, oud-papierophaalploeg, oud papier ophaalploeg
  8. oud geld, oudgeld, oud-geld
  9. oud-geldmilieu, oud geldmilieu, oudgeldmilieu
  10. oud-Kamerlid, oud Kamerlid, oudKamerlid

De goede antwoorden zijn dikgedrukt:

  1. oud-collega, oudcollega, oud collega
  2. Oudjaar of oud jaar
  3. Oudnederlands, Oud-nederlands, Oud-Nederlands, Oud Nederlands
  4. oudfractievoorzitter, oud-fractievoorzitter, oud fractievoorzitter
  5. oudNederlandse versjes, oud Nederlandse versjes, oud-Nederlandse versjes
  6. oud gediende, oudgediende, oud-gediende
  7. oudpapierophaalploeg, oud-papierophaalploeg, oud papier ophaalploeg
  8. oud geld, oudgeld, oud-geld
  9. oud-geldmilieu, oud geldmilieu, oudgeldmilieu
  10. oud-Kamerlid, oud Kamerlid, oudKamerlid

 

Judith Winterkamp is trainer en coach in zakelijke communicatie (schriftelijk en mondeling). Voor Management Support geeft zij schrijftrainingen als Creatief zakelijk schrijven, Kei in taal en Notuleren als een pro. Heb je een (taal)vraag, mail dan naar info@judithwinterkamp.nl. Elke maand selecteert Judith vragen die zij in deze rubriek beantwoordt.

Lees van Judith ook:

 

Reageer op dit artikel