blog

Zelden verlies ik mijn geduld of word ik kwaad. Ik lijk een onuitputtelijke voorraad geduld te hebben. Daar kijkt men zachtjes gezegd wel eens van op. In het beste geval verbaast het mensen. In het slechtste geval vinden ze je een windbuil die over zich heen laat lopen. Maar weinig mensen weten dat ik op […]

Moed

Zelden verlies ik mijn geduld of word ik kwaad. Ik lijk een onuitputtelijke voorraad geduld te hebben. Daar kijkt men zachtjes gezegd wel eens van op. In het beste geval verbaast het mensen. In het slechtste geval vinden ze je een windbuil die over zich heen laat lopen.

Maar weinig mensen weten dat ik op een zakelijke rit door Amsterdam zo kwaad werd omdat ik de weg niet kon vinden dat ik uit frustratie een te hoge drempel nam en de carrosserie beschadigde. Vervolgens reed ik van de zenuwen tegen de laadklep aan van een vrachtwagen. Kapotte voorruit. Het was het dieptepunt in de zestien jaar dat ik mijn rijbewijs heb – maar ik heb nog steeds plezier in autorijden.

Weinig mensen weten ook dat ik een parachutesprong heb gemaakt. Een tandemsprong met een instructeur op mijn rug, een klein, kwiek Frans mannetje, bruinverbrand door de Corsicaanse zon en met stralend witte tanden. Hij was zo klein dat hij in de rugzak van de parachute had gepast. De gezonde spanning die ik voelde sloeg echter om in angst toen ik vóór de sprong formulieren met daarop ‘eigen risico’, ‘ongeval’ en ‘niet aansprakelijk’ moest lezen en ondertekenen.
Voor het geval de vrije val fataal zou eindigen. Het leek of ik mijn testament ondertekende.

Op het moment dat ik sprong (beter gezegd: ‘werd gesprongen’ want de instructeur duwde me het vliegtuig uit) was mijn hoofd zo leeg als de hemel. Alsof springen uit een vliegtuig op 5 kilometer hoogte mentaal zo’n schok is dat al het andere moet wijken. Ik viel in een vacuüm en rondtollend zag ik enkel blauwe lucht, wolken, lucht, wolken. Daarna: gecontroleerd verder vallen. Suizende wind, druk van onderen en een harde ruk toen de parachute opende. Dan rustig en traag benedenwaarts zweven en proberen om het gevoel van overwinning te behouden.

Hetzelfde gevoel als op het tienminutengesprek op de kleuterschool. De juf van mijn vierjarige zoon zegt: “Ik ben zo trots op hem. Hij heeft veel doorzettingsvermogen. Zelfs als hij iets spannend vindt, dan probeert hij het toch. Dan zie je hem gewoon stralen en groeien.” Is dat niet waar het om draait bij moed?

Feel the fear. And do it anyway.

Gecontroleerd vallen.

Reageer op dit artikel