nieuws

‘Geef negatieve mensen zo weinig mogelijk aandacht’

Persoonlijke ontwikkeling

‘Geef negatieve mensen zo weinig mogelijk aandacht’

Volgens onderzoek van adviesbureau Per4mance haalt 62 procent van werknemers geen energie uit het werk. De oplossing ligt in drie ‘knoppen’ waaraan gedraaid kan worden, zegt trainer Frits Galle. ‘Hoe je met elkaar omgaat heeft echt invloed op de sfeer en de resultaten.’

Volgens het onderzoek gaat bijna 22 procent van werknemers met tegenzin naar werk. 65 procent haalt geen of nauwelijks werkplezier uit de samenwerking met zijn leidinggevende en 11 procent noemt de leidinggevende zelfs een dictator.

Leidinggevenden zijn dus aan zet, maar als werknemer ben je zelf ook verantwoordelijk voor je werkgeluk. Dat vertelt Frits Galle, een van de drie managing partners van Per4mance die een boek schreven over hun onderzoeksresultaten en praktijkervaring.

Jullie hebben onderzoek gedaan onder 7.536 respondenten. Een mooi aantal, is het ook representatief?

‘We hebben ervoor gezorgd dat alle opleidingsniveaus en bedrijfstakken goed vertegenwoordigd zijn. Het is daardoor een goede afspiegeling van de maatschappij. Tevens hebben we onze data vergeleken met die van grote onderzoeksbureaus als Gallup. De spreiding van respondenten komt overeen, dus we durven zeker te zeggen dat het om representatieve resultaten gaat.’

Wat was voor jouzelf het opvallendste resultaat uit het onderzoek?

‘We hebben ontdekt dat er drie “knoppen” zijn die invloed hebben op het optimaliseren van werkgeluk. Dat zijn de medewerkers zelf, de stijl van leidinggeven en de organisatie. We horen vaak dat bedrijven graag zelfstandigheid en eigenaarschap zien bij medewerkers, maar als een organisatie bol staat van de procedures die dat in de weg staan, komen medewerkers daar niet aan toe.’

Die “knoppen” zullen wel beschuldigend naar elkaar wijzen als oorzaak voor een gebrek aan werkgeluk. Wat kan een ongelukkige medewerker dan doen?

‘Als je te weinig werkgeluk ervaart, kun je vier dingen doen. Je kunt jezelf de schuld geven, anderen de schuld geven, je norm aanpassen of werken aan een oplossing. Als dat niet tot een verbeterde situatie leidt, is het jouw eigen verantwoordelijkheid om de knoop door te hakken en naar een andere baan op zoek te gaan.’

Die opties zijn natuurlijk ook te combineren.

‘Wat je vaak ziet is een opeenvolging. Mensen geven dan bijvoorbeeld eerst de omgeving de schuld, proberen zich vervolgens aan te passen, en als dat niet werkt gaan ze naar een oplossing zoeken.’

Jullie beschrijven typen medewerkers als ventieltrekkers en bruistabletten. Wat voor invloed hebben zij op de werksfeer?

‘Ventieltrekkers zijn mensen die altijd kritisch en negatief richting hun omgeving zijn. Ze zijn zelden tevreden en hebben overal wel iets op aan te merken. Daardoor kosten ze niet alleen zichzelf, maar ook de omgeving veel energie. Een bruistablet staat ’s ochtends juist meteen aan, en is altijd op zoek naar nieuwe mogelijkheden en ideeën.’

Van die bruistabletten wil je er natuurlijk zo veel mogelijk, maar wat moet je aan met de ventieltrekkers? Moet je die eruit gooien?

‘Ventieltrekkers moet je eigenlijk zo weinig mogelijk aandacht geven. Met aandacht beloon je alleen maar het negatieve gedrag dat iemand vertoont. Die aandacht moet je zo veel mogelijk aan medewerkers besteden die gewoon goed aan het werk zijn. Die mogen in de meeste bedrijven best meer gezien worden.’

Maar vererger je daarmee niet de situatie van de ventieltrekker?

Opleidingsgids 2020

Opleidingsgids 2020

‘Dat is wel een gevaar ja. Dus geef ze weinig aandacht, maar confronteer ze wel met het feit dat ze hun eigen potentieel niet benutten met dit gedrag. Zo’n 13 procent van medewerkers is volgens ons onderzoek als ventieltrekker te bestempelen en ze zoeken elkaar ook vaak op. Er is dus zeker een risico op een behoorlijke samensmelting van negativiteit.

Maar toch moet je de meeste aandacht besteden aan de mensen die dat verdienen. Alleen al het feit dat wij het nu ook weer in dit interview vooral over de ventieltrekkers hebben, betekent dat we een grote groep aan het negeren zijn die juist energie en resultaat oplevert.’

En wat is dan het gewenste resultaat? Dat de ventieltrekker zich niet gehoord voelt en vertrekt, zodat jij ervan af bent?

‘Nee, helaas is het zo makkelijk niet. Mensen die negatief zijn krijgen vaak aandacht en zetten de boel naar hun hand. Als leidinggevende moet je veel bewuster bezig zijn met de oorzaak van dit gedrag en doorpakken als dat nodig is. Ze verzieken de sfeer voor de medewerkers die het wel naar hun zin hebben, dus actie is gewenst. Daarnaast is het van belang dat leidinggevenden goed doorhebben hoe groot hun invloed is op de sfeer. Ook leidinggevenden zijn dus aan zet.’

Hoe ontdekken jullie tijdens trainingen bij bedrijven waar de schoen wringt en waar de oplossing ligt?

‘Dat hebben we eigenlijk altijd best snel door. Een aardig voorbeeld is van een bedrijf waar de onderlinge communicatie erg hard was. Er werd veel gescholden. Wij vroegen ze waarom dat eigenlijk was en of ze dat thuis ook deden. Het bleek binnen het bedrijf als normaal te worden gezien, terwijl ze het thuis nooit zo deden. Het was dus in de bedrijfscultuur gegroeid. We spraken af om een paar dagen te doen alsof we thuis waren. De verwensingen stopten, en toen we een half jaar later terugkwamen bleek die verandering blijvend te zijn geweest.

Het ziekteverzuim was in dat half jaar gedaald van 8,3 procent naar 3,4 procent. Die harde communicatie bleek een direct effect te hebben gehad op het werkgeluk en de beslissing om maar een dagje niet naar het werk te gaan. Hoe je met elkaar omgaat heeft echt invloed op de sfeer en de resultaten.’

Marcel van Wiggen, Frits Galle en Gerard Vriens: Ik ben er helemaal klaar mee – Een handleiding voor medewerkers, teams en organisaties die wel wat energie kunnen gebruiken. Uitgeverij Haystack, 152 pagina’s, € 21,50.
Reageer op dit artikel