Is het ‘ervanuit gaan, ‘er van uit gaan’ of ‘ervan uitgaan’?

Voor dit soort woordcombinaties met een voorzetsel gelden de volgende regels: Je schrijft een voorzetsel aan een voorafgaand woord vast als het een ‘los’ voorzetsel is en niet hoort bij een werkwoord of zelfstandig naamwoord. Staat er geen zelfstandig naamwoord achter het voorzetsel, dan schrijf je het voorzetsel vast aan het bijwoord dat ervoor staat

Dit vind je misschien ook interessant