vraag & antwoord

Je kan of je kunt

Taal en communiceren

Bij ons op de afdeling hebben we een discussie over de vervoeging van  het werkwoord kunnen. Volgens de ene helft is het je kunt en de andere helft zegt dat je kan de correcte vorm is. Hoe zit het? Je kan en je kunt zijn allebei juiste werkwoordsvormen. Volgens de site van de Nederlandse Taalunie […]

Bij ons op de afdeling hebben we een discussie over de vervoeging van  het werkwoord kunnen. Volgens de ene helft is het je kunt en de andere helft zegt dat je kan de correcte vorm is. Hoe zit het?

Je kan en je kunt zijn allebei juiste werkwoordsvormen. Volgens de site van de Nederlandse Taalunie is je kunt de gewone vorm, en is je kan de informele vorm. Dit geldt ook voor willen en zullen. Je wilt en je zult zijn de gewone vormen; je wil en je zal zijn de informele vormen. Als je in de zin de betekenis van men heeft, dan kun je voor beide persoonsvormen kiezen. De Nederlandse Taalunie geeft hiervoor de volgende voorbeelden: Je kunt je toch niet voorstellen dat nog zoveel mensen van honger omkomen. Je kan je toch niet voorstellen dat nog zoveel mensen van honger omkomen. Net zoiets geldt voor u hebt en u heeft. Hoewel beide vormen juist zijn, geeft Onze Taal de voorkeur aan u hebt. U is namelijk de beleefdheidsvorm voor jij. Veel taalgebruikers schrijven jij hebt, jij zult en jij kunt. Vandaar de voorkeur voor u hebt, u zult en u kunt. Op dezelfde pagina zegt het genootschap Onze Taal overigens ook dat veel taalgebruikers de ene vorm ‘beleefder’ vinden dat de andere. Maar, volgens hen is dit vooral een kwestie van smaak. Kortom, je kan, je kunt, je wil, je wilt, je zal, je zult, u hebt en u heeft zijn allemaal correcte werkwoordsvormen. Als er geen taalhuisstijl is waar je rekening mee moet houden, kun je gebruikmaken van alle vormen. Voor de leesbaarheid van je teksten is het echter belangrijk dat je consequent bent.

Reageer op dit artikel