vraag & antwoord

Hoe voorkom je dt-fouten?

Taal en communiceren

Iedereen worstelt er weleens mee: schrijf je een werkwoordsvorm nu met -d, -t of -dt? Veel mensen vinden een dt-fout van een ander storend en zo’n fout van zichzelf ronduit blamerend. Reden genoeg om eens uitgebreid te kijken naar de valkuilen.

Het Nederlandse verbuigingssysteem van werkwoorden zit op zich heel logisch in elkaar. Elk werkwoord heeft een stam. Dat is meestal het hele werkwoord minus -en: de stam van dansen is dus dans. In de tegenwoordige tijd plaats je soms een -t achter de stam: ik loop, jij loopt.

Het is niet moeilijk om bij dit werkwoord te bepalen wanneer de werkwoordsvorm een -t krijgt. Als je een -t hoort, schrijf je een -t. Dus zeggen en schrijven we over het algemeen moeiteloos:

Loop je even mee?

Lastiger is echter:

Houd je dit even vast?

Werkwoorden met een -d

Het verschil? Bij werkwoorden waarvan de stam eindigt op een -d kun je aan de uitspraak niet horen of je -d of -dt schrijft. In het Nederlands spreek je een -d op het eind van een woord namelijk uit als een /t/. Dus hout, houd en houdt kennen geen uitspraakverschil. Je kunt niet terugvallen op de uitspraak en je moet dus zelf bedenken hoe je het werkwoord schrijft.
Ook aan de spellingcontrole van je tekstverwerker heb je in dit geval niets: die vindt alle drie de vormen goed en waarschuwt je niet voor foute spellingen zoals: ik hout van jou en ik houdt van jou.
De truc die de meeste mensen toepassen is: vervang het werkwoord door een ander werkwoord waarvan de stam niet op een -d eindigt en bepaal dan via de uitspraak of je een -t op het eind moet schrijven. Dus: twijfel je of je houd of houdt moet schrijven, vervang het werkwoord dan door (bijvoorbeeld) helpen: het is ik help je, dus is het: ik houd van je.

Tweede persoon

Bij de tweede persoon is iets vreemds aan de hand: in de gewone zinsvolgorde zet je een -t achter de stam, maar dat doe je niet als je de volgorde van het onderwerp en gezegde omgooit:

Je loopt naar huis. Maar: Loop je naar huis?
Na de voorstelling loop je meteen naar huis.

Maar na de beleefdheidsvorm u krijgt het werkwoord altijd een -t, ook bij een omgekeerde zinsvolgorde.

U loopt rechtdoor. Loopt u even mee?
Na het kruispunt loopt u rechtdoor

Bij werkwoorden waarvan de stam op een -d eindigt, doe je precies hetzelfde als we hierboven hebben gedaan met het werkwoord lopen:

Je wordt vast uitgenodigd. Word je/wordt u uitgenodigd?
Vermoedelijk word je/wordt u uitgenodigd.

Wees alert

De belangrijkste tip is: wees altijd alert op dt-fouten. Denk niet: mij overkomt dat niet, ik maak nooit dt-fouten.
Als een tekst heel belangrijk is (een sollicitatiebrief bijvoorbeeld, of een publicatie), loop dan altijd de tekst helemaal door waarbij je uitsluitend let op mogelijke dt-fouten. Weet je van jezelf dat dit niet je sterkste punt is, vraag dan iemand in je omgeving om je tekst nog een keer te controleren.

Door Hans de Groot, www.vandale.nl

Meer weten?

Meer leren over grammaticale kwesties, de d’s en t’s en de laatste spellingswijzigingen? Schrijf je dan in voor de training Kei in taal van Management Support.

Reageer op dit artikel