vraag & antwoord

Welke identificatiebescheiden moet een organisatie van haar werknemers bewaren?

Faciliteren

Voor Nederlandse werknemers bewaar je een kopie van het Nederlandse paspoort of de Europese identiteitskaart (géén rijbewijs!). Voor niet-Nederlandse werknemers bewaar je een van de volgende documenten: het verblijfsdocument van de vreemdelingendienst (de zogenaamde A t/m F-documenten) het vluchtelingenpaspoort het vreemdelingenpaspoort een niet-Nederlands paspoort dat een geldige verblijfsaantekening bevat het elektronische W-document voor asielzoekers De […]

Voor Nederlandse werknemers bewaar je een kopie van het Nederlandse paspoort of de Europese identiteitskaart (géén rijbewijs!). Voor niet-Nederlandse werknemers bewaar je een van de volgende documenten:

  • het verblijfsdocument van de vreemdelingendienst (de zogenaamde A t/m F-documenten)
  • het vluchtelingenpaspoort
  • het vreemdelingenpaspoort
  • een niet-Nederlands paspoort dat een geldige verblijfsaantekening bevat
  • het elektronische W-document voor asielzoekers


De geldigheidstermijn van de identificatiebewijzen van de medewerkers mag niet verstreken mag zijn. De werkgever moet de aard, het nummer en een kopie van het identificatiebewijs opnemen in de administratie. De geldigheid van het document mag niet verstreken zijn op datum indiensttreding.

Het is overigens niet zo dat een nieuw afschrift opgenomen dient te worden wanneer het document verlopen is, dit levert bij controles mogelijk alleen maar problemen op.

Reageer op dit artikel