checklist

De d-t-regels in het kort

Geen categorie

De d-t-regels bij regelmatige werkwoorden

d’s en t’s in de tegenwoordige tijd
Neem de ik-vorm en zet daar in de jij- en hij-vorm een t achter:
(ik) vermeld > + t > jij/u/hij vermeldt.

Voeg echter in de volgende gevallen géén t toe:

  • Als de ik-vorm al op een t eindigt (ik zet à jij/hij zet)
  • Als jij na de persoonsvorm staat (vermeld jij)
  • Als je na de persoonsvorm staat (vermeld je) én onderwerp is

d’s en t’s in de verleden tijd

Neem het hele werkwoord en kijk of de letter vóór de uitgang –en een van de medeklinkers uit ’T K O F S C H I P is (zie de onderstrepingen).

Zo ja:
ik-vorm plus –te(n) en het voltooid deelwoord eindigt op een t. Bijvoorbeeld: werken > werk (ik-vorm) > werkte(n), gewerkt.

Zo nee:
ik-vorm plus –de(n) en het voltooid deelwoord eindigt op een d. Bijvoorbeeld: vermelden > vermeld (ik-vorm) > vermeldde(n), vermeld.

d’s en t’s bij Engelse werkwoorden
Voor Engels werkwoorden gelden gewoon de regels hierboven.  Met één aanvulling op ’t kofschip: staat er in het hele werkwoord vóór de –en een x (zoals in faxen), dan krijg je óók –te(n) en een voltooid deelwoord op t: faxte(n), gefaxt.

d’s en t’s bij de gebiedende wijs
De gewone gebiedende wijs is gelijk aan de ik-vorm (ik word à word lid). De gebiedende wijs met u is gelijk aan de u-vorm als u onderwerp is (u vermeldt > vermeldt u s.v.p. hier uw naam). Is u géén onderwerp? Dan is de gebiedende wijs weer gelijk aan de ik-vorm (ik meld > meld u aan de balie).

Secretaressedictee
Het voltooid deelwoord (bij regelmatige werkwoorden)
Engelse werkwoorden in het Nederlands
Werkwoordstappenplan
Boek: SpellingTrainer
Training: Spelling en taaltips

Reageer op dit artikel